Christelijke encyclopedie

F.W. Grosheide (1926)

Gepubliceerd op 08-01-2020

Geslachtsregister

betekenis & definitie

In het Nieuwe Testament treffen wij bij Matth, en bij Luc. een geslachtsregister aan (Matth. 1 : 1—17; Luc. 3 : 23—38).

Mattheus begint het „boek der geschiedenis van Jezus, den Christus, zoon van David, zoon van Abraham” (1 : 1), met een geslachtslijst, die aanvangt bij Abram, loopt over David, „den koning” (1 : 6), en een rustpunt stelt in de Babylonische ballingschap.

Dit geslachtsregister bedoelt niet, de Davidische afkomst van den Messias te bewijzen. Deze is, voor zoover bekend is, noch door Jezus’tijdgenooten, noch door de bestrijders van het Christendom in de eerste eeuwen, ooit betwist. Matth. bedoelt door deze geslachtslijst aan te toonen, dat de lijn van Gods beloften, aan Abraham en zijn zaad gedaan, niet is losgelaten, ook al zijn er in de historie van het volk Israël zwarte plekken aan te wijzen waaraan de geschiedenis van Thamar (vs. 3), de naam van Uria’s huisvrouw (vs. 6), de Babylonische ballingschap, doen denken.

Er zijn in dit geslachtsregister twee rustpunten: David, de koning (vs. 6), een hoogtepunt, en de ballingschap (vs. 11), een laagtepunt in Israëls geschiedenis. Over zulke hoogten en diepten, door zulke loopt de lijn der belofte.

Mattheus spreekt van 3 X 14 geslachten (1 : 17), en wijst hiermede een zekeren rhythmus aan in den gang der geschiedenis. De evangelist die o.a. het boek der Kronieken kon raadplegen, wist natuurlijk wel, dat er tusschen de ballingschap en Christus’ geboorte méér dan 14 geslachten waren; doch hij maakt opzettelijk dezen rhythmus, hij styleert, om te doen uitkomen dat de volvoering van Gods heilsraad geschiedde naar een vast bestek en krachtens ’s Heeren eeuwige trouw. In het licht van dit aldus geteekend geslachtsregister moet het Jodendom, wien de Messias een „ergernis” was, ook den boozen schijn zien, die Zijn geboorte omgaf, die een deel is van Zijne smaadheid, maar in stede van een aanstoot, hun een oorzaak moet zijn tot verheerlijking van Gods trouw.

Lucas geeft een geslachtsregister op een andere plaats in zijn evangelie, in een anderen vorm en met een ander doel.

Het volgt op het bericht van ’s Heeren doop, waarbij het getuigenis werd vernomen: „dezeis mijn geliefde Zoon”. Het loopt niet in afdalende lijn, als bij Mattheus, maar klimt op, van Jezus tot Adam, „zoon Gods”.

Dit houdt verband met den bouw en het doel van Lucas’ evangelie, opgedragen aan Theofilus, en bestemd voor Christenen uit de heidenen. Jezus komt hier uit als de tweede Adam, als degeen die in zijn menschelijke verschijning, in zijn volkomen gehoorzaamheid, lijdelijk zoowel als dadelijk, het kindschap Gods bezit, dat de eerste Adam verloor.

Als zoodanig komt Hij uit door in den doop zich één te maken met Zijn volk, en aanvaardt Hij zijn werk als Israëls Messias en der heidenen Zaligmaker.

Dat Mattheus de geslachtslijst geeft van Jozef, als afstammeling van David, is buiten twijfel. Jozef erkende Maria als zijn vrouw, haar kind is dus wettelijk een zoon van Jozef, dus uit Davids geslacht.

Over Lucas verschillen de meeningen. Sommigen meenen, dat hij Maria’s stamboom geeft, wat zeer onwaarschijnlijk is; Maria is na 2 : 51 niet meer genoemd; Heli (3 :23) zou dan Maria’s vader zijn, wat door niets wordt aangeduid, en de woorden „alzoo men meende de zoon van Jozef” zouden tusschen () moeten geplaatst.

Ook Lucas geeft Jozefs afstamming. Wel noemt hij Heli als Jozefs vader en Mattheus Jacob. Velen verklaren dit aldus: De eerste man van Jozefs moeder was Heli, die kinderloos stierf, waarna in overeenstemming met de Mozaische wet, Jacob haar huwde, en de vader werd van Jozef; feitelijk was Jozef Jacobs zoon, wettelijk zoon van Heli. Reeds een geschiedschrijver uit de 3e eeuw geeft deze opvatting weer, en maakt gewag van geslachtsregisters, die in het bezit zouden zijn geweest van nakomelingen van Jezus’ broeders.

Ook in de geslachten tusschen David en de Babylonische ballingschap heeft Lucas onderscheiden andere namen dan Mattheus. Vele uitleggers verklaren deze uiteenloopende namen op dezelfde wijze als in het geval van Jozefs vader.

< >