Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 08-01-2020

Geslacht

betekenis & definitie

Dit woord komt in de Heilige Schrift in verschillenden zin voor, die samenhangt met de verschillende woorden, in de Hebreeuwsche en Grieksche taal er voor gebruikt. In ’t algemeen kan gezegd, dat het bèteekent:

1°. nakomelingschap (Gen. 5:1);
2°. het geheele volk Israël (Hand. 7:19; Gal. 1 : 14; Openb. 11 : 9);
3°. een onderafdeeling der stammen Israëls (Ex. 6:14; Lev. 21 : 17; 25 : 49); een stam bestond uit geslachten, een geslacht uit gezinnen;
4°. een enkele familie (Hand. 7:14);
5°. een geheel van menschen, die op zekeren tijd met elkander leven (Num. 32 : 13; Deut. 1 : 35; 2 : 14; Richt. 2 : 10; Job 8 : 8; Pred. 1 : 14; Matth. 11 : 16; 12 : 41; 23 : 36; 24 : 34.