Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Drek

betekenis & definitie

De Hebreeuwsche en Grieksche woorden, die zoo vertaald zijn, beteekenen naar hunne afstamming:

I. excrement, uitwerpsel, zoo Jes. 28 : 8, als beeld van het woeste drijven der valsche door den roes des zinnelijken levens voortgedreven priesters en profeten. Met een daarmede bezoedeld kleed wordt de zedelijke ontaarding van het volk vergeleken (Jes. 64:6), waaruit echter door de louterende godsgerichten een nieuw volk in het sieraad van inwendige reinheid zal te voorschijn komen (Jes. 4:4).

II. Voorwerp der verafschuwing, zoo van de afgodendienende gezindheid, die door verachting van het huis des Heeren en van zijn dienst het heiligdom geschandvlekt heeft (2 Kron. 29 : 5—7); het goud en het goed dezer wereld, door zijne daardoor verleide knechten op den dag des toorns des Heeren verafschuwd (Ezech. 7 : 19, 20); Israël in zijn verstooting onder de Heidenen (Klaagl. 3: 45).

III. Vuiligheid, onreinheid, zooals de bedriegelijke glans der afgoden, in deoogen des volks, als het zich tot den Heere zal bekeerd hebben (Jes. 30 : 22); de onreinheid des harten der Farizeën (Matth. 23 : 27). Het ongoddelijk trachten der wereld (2 Petr. 2:18). Zeer krachtig worden de verleiders in de gemeente, die voornamelijk ook de liefdemalen der Christenen tot zwelgerij misbruikten, als drek en schande gepersonificeerd (2 Petr. 2 : 13; Judas : 12).