Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Doornenkroon

betekenis & definitie

Matth. 27:29, Marc. 15 :17, Joh. 19 : 2. Gouden kronen met flonkerend edelgesteente bezet, kende de oudheid, kenden althans de Romeinen niet.

Slechts kransen, die men van lauwertakken vlocht. Zelfs de keizers droegen in ’t eerst zulk een krans of kroon, maar later verwisselden zij het natuurlijk vlechtsel voor den lauwertak van goud.

De kroon van doornen, die Jezus droeg, was dus een krans, gevlochten door de heidensche soldaten, ter imitatie van de keizerlijke kroon, om Hem als een spotkoning te smaden.