Censuur betekenis & definitie

Het Latijnsche woord censuur beteekent oordeel. De kerkelijke censuur is dus een kerkelijk oordeel over een zondaar.

De elementen voor de kerkelijke censuur liggen duidelijk in de Schrift. Christus gaf aan zijn apostelen de sleutelmacht d. i. de macht om den toegang tot en de uitsluiting van het koninkrijk der hemelen onfeilbaar te bepalen (Matth. 16 : 19; 18 : 18; Joh. 20 : 23). En de apostelen vermaanden de gemeenten om bij het openbaar worden van een of andere ergerlijke zonde de censuur of tucht te oefenen (Rom. 16 : 17, 18;1 Cor. 5:2, 13; 1 Thess. 5 : 14; 2 Thess. 3:6, 14; 1 Tim. 5:1; Tit. 3 : 10; Openb. 2 : 2, 14, 20).

De Christelijke kerk bediende zich al spoedig van het woord censuur. Bij Rome bijv. zijn de kerkelijke straffen tweeërlei nl. medische straffen, die de verbetering bedoelen en daarom wel censuren genoemd worden; en voldoeningstraffen, waarbij de absolutie of vrijspraak buitengesloten is. Tot de eerste behooren de groote en kleine ban, het interdict en de schorsing van een geestelijke in zijn ambt. Met de reformatie namen niet alleen de Luthersche, maar ook de Gereformeerde kerken het woord censuur bij haar tuchtoefening over. Boven de artikelen, die over de tucht handelen staat in de Kerkenordening der Gereformeerde kerken in Nederland: van de censuur en kerkelijke vermaning. De kerkelijke censuur omvat hier dus heel de tuchtoefening, van de eerste vermaning af tot de afsnijding toe. Zij valt dan nader in twee deelen uiteen:

1e. De stille of voorloopige censuur, ook wel de kleine ban genoemd. Deze bestaat volgens art. 76 der Kerkenordening in de disciplinaire afhouding van het Avondmaal. Zij is nog maar een stille of voorloopige censuur, omdat zij alleen het gebruik van zijn lidmaatschap aan den zondaar ontneemt, maar het bezit van zijn lidmaatschap hem nog laat behouden.
2e. De publieke en volstrekte censuur. Want in geval de stille of voorloopige censuur vruchteloos is, en de zondaar in zijn zonde volhardt, volgen de zoogenaamde drie trappen van censuur, eigenlijk drie publieke bekendmakingen aan de gemeente van zijn volharding in de zonde en vermaningen om voor hem te bidden. „In de eerste zal de zondaar niet genoemd worden. In de tweede zal met advies der Classe zijn naam uitgedrukt worden. In de derde zal men de gemeente te kennen geven, dat men hem (tenzij dat hij zich bekeere) van de gemeenschap der kerk uitsluiten zal, opdat zijn afsnijding, zoo hij hardnekkig blijft, met stilzwijgende bewilliging der kerk geschiede”, art. 77. De censuur over ambtsdragers loopt daarmede parallel en valt ook in tweeën uiteen, nl. de schorsing van en de ontzetting uit het ambt, volgens artt. 79 en 80 der Kerkenordening. De censura morum, ook wel Christelijke censuur genoemd, is een afzonderlijke censuur in de Gereformeerde kerken, die in den regel in de kerkeraadsvergadering vóór elk Avondmaal gehouden wordt, om elkander „van de bediening des ambts vriendelijk te vermanen”, zie art. 81 Kerkenordening.