Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Asch

betekenis & definitie

Fijne, door den wind licht te verstuiven, donkere en onvruchtbare stof.

I. Dient in beeldspraak om geringheid aan te duiden, wanneer b.v. Abraham zich door den Heere stof en asch noemt (Gen. 18 : 17), Job als stof en asch is geacht (Job 30:19).

II. Naar het levendige voorstellingsvermogen der Oosterlingen wordt zij werkelijk gebruikt bij zitten, liggen (Jes. 58 : 5), en bestrooiing des hoofds (Ezech. 27 : 30), om de diepste treurigheid, verootmoediging, boete uit te drukken, b.v. van Job (2 : 8; 42 : 6), Daniël (9 : 3), Thamar (2 Sam. 13 :19), Mordechaï (Est. 4 : 1), Tyrus (Matth. 11 : 21). Zoo komt zij Ps. 102:10 voor onder het eten. Wanneer de treurenden Zions (Jes. 61 : 3) sieraad voor asch bekomen, dan heeft de Heere hun door de verlossing en den geest der vreugde, de treurigheid in vreugde verwisseld (Joh. 16 : 20).

III. Over de asch der koe (Hebr. 9 : 13; Num. 19 : 9).