Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Anthropologie

betekenis & definitie

is in het algemeen de wetenschap, die ook als natuurlijke geschiedenis des menschen kan worden omschreven. Zij vervat in zich al die wetenschappen, die den mensch als object van onderzoek hebben.

Als zoodanig onderscheidt men dan ook de somatische anthropologie, de psychische en de historische. De eerste onderzoekt den mensch als lichamelijk wezen.

De tweede heeft als object van onderzoek den mensch als geestelijk wezen, terwijl de historische anthropologie het ontstaan en de ontwikkeling van het menschelijk geslacht in zijn geheel, zoowel als die van rassen en volkeren tracht na te speuren.De anthropologie heeft als wetenschap een geschiedenis doorgemaakt, waaruit blijkt, dat zij langzamerhand zich gespecificeerd heeft. Van een algemeene anthropologie, die de menschheid in haar geheel uit cultureel-historisch, sociaal, politiek, aesthetisch en religieus oogpunt bestudeerde, heeft zij zich in den nieuwen tijd onder den invloed der natuurwetenschappelijke methode ten zeerste beperkt in haar veld van onderzoek. Zoo is zij als psychische anthropologie niet meer psychologie in engeren zin, maar veelmeer psychologie der volkeren en bestudeert zij dus de uitingen der volksziel in religie, taal, zeden en gebruiken, hoewel zij deze ook weder goeddeels overlaat aan de vergelijkende godsdienstgeschiedenis, vergelijkende taalstudie en ethnografie.

In den modernen zin des woords is de anthropologie beperkt tot de studie van den mensch als lichamelijk wezen en hetgeen betrekking heeft op den oorsprong en den ouderdom van het menschelijk geslacht, het ontstaan van rassen en volken. Als zoodanig beschrijft zij den lichaamsbouw niet zoozeer uit anatomisch oogpunt, als wel in de eigenaardigheden, die van ras, geslacht en afstamming afhankelijk zijn. Zij veronderstelt dus de kennis der anatomie. Vooral op het schedelonderzoek legt zij zich toe en past daarbij de craniometrie toe. Zelfs trachtte men op grond van de resultaten der schedelmeting een anthropologisch systeem der rassenbepaling op te bouwen. Dit slaagde echter niet, en men kwam tot het inzicht, dat de bouw van het gansche skelet, ook de kleur van haar, oogen en huid, wezenlijke ras-eigenaardigheden vertegenwoordigen.

Wat de historische anthropologie betreft, spreekt het van zelf, dat daarbij het standpunt van den onderzoeker een overheerschende beteekenis heeft. Het Darwinisme en in het algemeen een evolutionistische wereldbeschouwing moet ook op dit gebied invloed oefenen. De gegevens zelven hebben de anthropologie echter niet veroorloofd het verder te brengen dan hypothesen en vermoedens, maar van een zeker stellen op grond van feitelijke gegevens aangaande de ontwikkeling des menschen uit dierlijke, in ieder geval niet-menschelijke, prototypen kon geen sprake zijn. Zelfs over den ouderdom van ons geslacht vermocht zij nog geen zekerheid te verschaffen. De palseontologie bracht geen zekere aanduidingen van een oorspronkelijk dierlijke formatie van het menschelijk lichaam. Tusschen mensch en dier blijft in de reeks der gegevens een ontbrekende schakel. Voor deze wetenschap is dan ook de verschijning van den mensch op deze aarde te vergelijken met het aantreffen van een vondeling, aan welks geboorte men wel niet twijfelt, maar van welks ouders toch niets met zekerheid kan worden gezegd.

Vooral in onzen tijd heeft men zich met alle kracht op de anthropologie toegelegd. In Duitschland, Engeland, Frankrijk en Amerika en feitelijk in alle beschaafde landen bestaan vereenigingen van geleerden, die zich de studie der anthropologie ten doel stellen. Ook Nederland heeft zijn eigen anthropologische vereeniging.

Van een conflict met de Heilige Schrift als zoodanig behoeft er in de anthropologie geen sprake te zijn, daar de Schrift uit den aard der zaak een geheel eigen licht laat opgaan ook over den oorsprong van ons geslacht, dat van anderen aard is dan het licht, dat de wetenschap tracht te ontsteken. Indien namelijk de wetenschap haar terrein niet verlaat en wijsbegeerte worden gaat.