Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

2019-12-29

Aardsch

betekenis & definitie

Het woord „aardsch” komt in zeer verschillende beteekenissen voor.

I. Aardsch, d.i. uit aarde (asch, Gen. 18 : 27, stof, Ps. 30 : 10) gemaakt, wordt de eerste Adam genoemd reeds voor den val, daar zijn lichaam, uit de aarde gevormd (Gen. 2 : 7), slechts een natuurlijk lichaam was. Vandaar dat hij Adam heet d. i. „uit de aarde genomen”. Nog in vollediger zin is de gevallen mensch de aardsche, daar zijn lichaam naar Gods bevel (Gen. 3 : 19) aan het wederkeeren tot aarde, aan dood en verderf onderworpen werd. Allen, die van hem afstammen, worden, als aan hetzelfde lot (Rom. 5:12) door overerving onderworpen, de aardschen genoemd. Hun lichaam heet (2 Cor. 5 : 1) een aardsche tabernakel, daar het verbroken moet worden, opdat zij overkleed worden met hemelsche heerlijkheid.

II. Het einde dergenen, die aardschgezind zijn (Fil. 3 : 19), hun streven richten op de vergankelijke dingen dezer wereld (1 Joh. 2:17; 1 Cor. 7:31; Col. 3 : 2), is vergaan, verdoemenis (Fil. 3 : 19; Gal. 5:19 vv. en 6:8). Niet de aardsche werkzaamheden, maar de aardsche gezindheid, de liefde des harten voor het aardsche, verderft des menschen ziel op zoodanige wijze, dat er geen plaats meer overschiet voor het hemelsche en alle krachten naar de aardsche dingen worden getrokken. III. De aardsche wijsheid (Jac. 3 : 15), de wijsheid der wereld (1 Cor. 2:6) is de, op deze in zonde en duisternis verzonkene aarde heerschende, door haar hoog geroemde wijsheid, die zich niet verder uitstrekt dan naar wat op aarde geschiedt, en ook niet meer dan geringe aardsche voordeelen afwerpt. Zij wordt eene natuurlijke genoemd, daar zij het werk is van de aan zich zelve overgelatene, van God vervreemde menschelijke rede, eene duivelsche, omdat zij haren oorsprong heeft van den duivel, den vader der leugen (Gen. 3 : 1 vv.). IV. Aardsche dingen, d. i. iets wat op de aarde geschiedt, wordt de wedergeboorte genoemd (Joh. 3 : 12), welke, hoewel naar haar oorsprong en doel hemelsch, toch op de aarde volbracht wordt en ook in natuurlijke gebeurtenissen haar afbeeldingen heeft.