Montagne de Reims betekenis & definitie

De Montagne de Reims is een Pare Naturel Régional. Hier treffen we, behalve belangrijke wijngaarden, uitgestrekte loof- boombossen en menige graanakker aan. In de bossen leeft heel wat wild - een ree kan pardoes de weg oversteken.

Echte Franse plattelandsdorpen als Villedommange, Chamery, Rilly-la-Montagne, Chigny-les-Roses, Mailly, Verzenay en Verzy aan de noordzijde en Trépail, Ambonnay, Bouzy, Tauxières en Louvois aan de zuidzijde, bedekken met hun wijnakkers de, wat men in Champagne met bijna Zuid-Franse overdrijving 'Montagne' de Reims noemt. Het is echter geen gebergte, het hoogste punt is 288 meter hoog. Een adequate omschrijving van wat het wel is, valt moeilijk te geven. Als we over heuvels spreken, geeft dat een te lieflijke indruk, want het zijn serieuze 'kuitenbijters'. Het woord ‘klif - volgens Van Dale 'een steile bodemverheffing' geeft precies weer wat het is. Dit plateau ten zuiden van Reims heeft een lengte van west naar oost van 20 a 25 kilometer en een breedte van noord naar zuid, van Reims naar Épernay, van 8 tot 12 kilometer. Het plateau loopt aan de noord- en zuidzijde meer en minder steil af naar de dalen van de rivieren Vesle, Ardre en Marne. Op het middengedeelte van deze hellingen liggen de wijngaarden.

Eigenlijk beperkt de Montagne de Reims zich tot het gebied ten oosten van de Route Nationale 51, de weg van Reims naar Épernay. Dit gebied, in de vorm van een halve cirkel, heeft de beste bodemkwaliteit - er is veel krijt. Het gebied ten westen van deze N51, het gebied rond Sermiers, Chamery, Éceuil, Sacy, Villedommange, Pargny-lès-Reims tot aan Gueux wordt echter, ondanks een bodem met meer mergel en leem, door velen ook ertoe gerekend. Er wordt dan van la Petite Montagne gesproken. Van de weeromstuit wordt de eigenlijke Montagne de Reims ia Grande Montagne genoemd. Verzenay, Ambonnay en Bouzy zijn hier onbetwist de beste crus.

In de Montagne de Reims, la Grande Montagne dus, zijn de hellingen vooral beplant met pinot noir. Het is echter een te starre gedachte dat hier alleen deze variëteit zou staan - zoals we vaak elders lezen. Her en der, en meer dan we denken, is er ook chardonnay en pinot meunier te vinden.

Zelfs in de gemeente Bouzy, zeer verbonden met de pinot noir, bestaat de aanplant (totaal 380 ha) voor 13 procent uit chardonnay en 1 procent uit pinot meunier. Aan de andere zijde van de Montagne, in Ludes, is de 315 hectaren beplant met 'slechts' 31 procent pinot noir, 19 procent chardonnay en 50 procent pinot meunier. En de 127 hectaren van Chigny-les-Roses tellen 24 procent pinot noir, 61 procent pinot meunier en voor de rest chardonnay. in Villedommange, in de Petite Montagne dus, is het niet anders. Het merendeel van de 189 hectaren wijnstokken hier bestaat uit pinot meunier: 65 procent, tegen 28 procent pinot noir en 7 procent chardonnay.

De wijngaarden bij Villedommange, Sacy, Écueil en Chamery hebben een overwegend oostelijke, soms noordoostelijke expositie. Maar aan de oostzijde van de N51, tussen Villers-Allerand en Verzy, liggen de wijngaarden veelal pal op het noorden. Hoewel deze voor druiven oncomfortabele expositie soms door de vorm van het terrein wordt gerelativeerd: de wijngaarden liggen niet zelden juist op de noordwestelijke en noordoostelijke flanken van allerlei uitlopers van de Montagne. Niettemin is een noordelijke, en de daarvan afgeleide noordwestelijke en noordoostelijke expositie in de Europese wijnbouw ongebruikelijk. Zeker in combinatie met de hoge noorderbreedte waarop het Champagnegebied ligt. Wijngaarden houden immers van beschutting, licht en een zekere warmte en zijn daarom veelal op het zuiden, zuidoosten of zuidwesten georiënteerd. Toch is er ook een klimatologisch fenomeen dat de opmerkelijke noordelijke expositie relativeert: 's avonds stroomt de koude lucht de dalen van de Vesle en Ardre in, zodat de warmere lucht, die zich overdag boven het plateau heeft opgestapeld, ruimte krijgt om over de helling af te zakken. De wijnstokken worden zo tegen te grote afkoeling beschermd. Niettemin hebben de wijnen van de pinot noir uit de op het noorden gelegen wijngaarden van Mailly en Verzenay een kenmerkende strengheid en staligheid. Vaak ook proef je in deze wijnen het aroma van groene appel. De wijngaarden van Verzy en vooral die van Villers-Marmery, Vaudemanges en Trépail, op de uiterste oostzijde van het plateau, liggen op het oosten, terwijl die van Ambonnay, Bouzy en volgende dorpen meer naar het zuidoosten en zuiden zijn gekeerd. Bouzy ligt zelfs vol op het zuiden, hetgeen een van de 'geheimen' is van deze grand cru.

De pinot noir rijpt hier met meer rondeur. De wijnen zijn dientengevolge sappig en vlezig. Het wijngaardareaal van de totale Montagne beslaat meer dan 6800 hectaren.

De wijngaarden op de zuidelijk gelegen hellingen van de Montagne de Reims gaan als vanzelf over in die van de Vallée de la Marne. Niemand weet echter precies waar, althans er zijn verschillende opvattingen inzake deze grens. Voor mij is het de Vallée de la Livre. Dit kleine riviertje loopt ten westen van Louvois en Tauxières en dan langs Avenay-Val d'Or en komt in de Marne uit net ten oosten van Mareuil-sur-Aÿ. Wat mij betreft is de grens tussen de Montagne de Reims en de Vallée de la Marne dus simpelweg zichtbaar in het landschap - namelijk daar waar het riviertje ooit een tamelijk diep spoor heeft getrokken en waar nu geen wijngaarden zijn. Op de hellende, vruchtbare oevers van de Livre vinden we andere agrarische cultures. De wijngaarden van Tours-sur-Marne en Fontaine-sur-Aÿ rekenen we gemakshalve tot die van de Montagne de Reims en de wijngaarden van Bisseuil, ondanks dat ze aan de oostzijde van de Livre liggen, tot die van de Vallée de la Marne.

Op de zuidzijde van de Montagne de Reims, bij Ambonnay, Bouzy, Louvois en Tauxières liggen de wijngaarden een aantal kilometers verwijderd van de Marne. Het relatief vlakke land tussen de rivier en de werkelijke hellingen bij genoemde wijn- bouwgemeenten wordt gebruikt voor akkerbouw. Bisseuil en Mareuil-sur-Aÿ zijn dus de eerste wijnbouwgemeenten van de Vallée de la Marne en ze liggen ook pal aan de rivier - dat wil zeggen aan de oever van het Canal latéral a la Marne. Vanaf hier in westelijke richting liggen de wijngaarden op hellingen veel dichter bij de rivier en bovendien zijn de hellingen hier vaak werkelijk steil.

Het eerste traject van de Vallée de la Marne, op de noordzijde van de rivier, van Mareuil-sur-Aÿ tot en met Cumières, wordt analoog aan de benaming van het beste deel van de Montagne de Reims, wel la Grande Vallée de la Marne genoemd. Het gaat hier slechts om een zevental gemeenten, maar wel elk met een omvangrijk wijngaardareaal. De Grande Vallée telt zo’n 1900 hectaren wijnstokken en dan vooral pinot noir. Zes van deze zeven gemeenten zijn geklasseerd als premier cru. Aÿ is het onbetwiste centrum van dit deel van de vallei van de Marne. En dat al heel lang. Het is niet voor niets dat er plaatsnamen zijn als Avenay, een vervorming van avant Aÿ, en Éper- nay, afkomstig van après Aÿ. De wijngaarden van Aÿ waren al bekend in het Gallo-Romaanse tijdperk en later staken Franse koningen de loftrompet over de wijnen van Aÿ. Henri IV was Sire d'Aÿ en hij was er trots op. Nu is Aÿ een plattelandsstadje met zo'n 4350 inwoners, elf champagnehuizen, onder welke enkele bekende als Ayala, Bollinger, Deutz en Gosset, en een dertigtal propriétaires-récoltants. Het wijngaardareaal van Aÿ is met 429 hectaren aanzienlijk. Drie procent ervan is beplant met pinot meunier, negen procent met chardonnay en 88 procent met pinot noir. Aÿ is geklasseerd als grand cru. De pinot noir van Aÿ is van het niveau van die van Verzenay, maar heeft een geheel eigen karakter. De wijnen van pinot noir uit Aÿ bezitten een niet te imiteren combinatie van zuiverheid van aroma's, smaakrijkdom en een velourszachte structuur.

Gepubliceerd op 07-06-2017