Möet & Chandon betekenis & definitie

De eerste Moët kwam uit de Nederlanden, zo wordt beweerd. Hij heette oorspronkelijk De Klerk en speelde een heldenrol in een episode van de Honderdjarige Oorlog. Hij stond vooraan bij het verjagen van de Engelse bezetters, die probeerden te verhinderen dat Karel VII Reims binnentrok. 'Het moet zoo zijn', schreeuwde hij met krachtige stem, nadat de toekomstige koning in de stad was gearriveerd en in de kathedraal, met Jeanne d'Arc aan zijn zijde, werd gekroond. Dat was in 1429. Van toen af stond De Klerk bekend als Monsieur Moet, hetgeen Moët werd - zoals later de Nederlander Citroen de Franse Citroën is geworden. Een oud en mooi verhaal dat bijna niemand helemaal gelooft.

Eeuwen later woonde ene Claude Moët in Cumières, in het Marnedal, niet ver van Épernay. Hij bezat er enkele wijngaarden en verkocht, evenals andere wijngaardbezitters op de zuidelijke hellingen van de Montagne de Reims, zijn wijn in Reims. Met een paar collega's besloot hij daarin verandering te brengen. Zij wilden het nabijgelegen Épernay tot wijncentrum maken. Claude Moët zelf was een der eersten die zich er als wijnhandelaar vestigde. Misschien al in de jaren twintig van de 18e eeuw. Dat desondanks 1743 wordt aangehouden als oprichtingsjaar van Moët heeft als simpele verklaring dat de Franse wet eist dat de ouderdom kan worden gestaafd aan de hand van documenten; het oudste bestaande document in het bezit van de firma is een orderboek uit 1743.

In 1792 overleed Claude-Louis Nicolas, zoon en opvolger van de stichter, waarna Jean-Rémy Moët, kleinzoon, het roer overnam. Hem komt de meeste eer toe als het gaat om de basis van het succes van Moët. Dynamisch als het bedrijf vanaf het begin was, kwam het met zijn komst in een stroomversnelling. Als man van 34 slaagde hij erin het bedrijf, dat al van aanzienlijke omvang was, over te nemen op een moment dat de Revolutie op haar hoogtepunt en op haar wreedst was. Hij bezat blijkbaar grote zakelijke en maatschappelijke gaven, want alle heikele zaken loste hij op. Ook de plotselinge beëindiging van de jaarlijkse druivenleveranties door de monniken van Hautvillers - tot dan de belangrijkste leveranciers van Moët. Na de Revolutie brak voor hem en zijn bedrijf de zon werkelijk door. De onderneming floreerde en Moët zelf werd in 1802 burgemeester van Épernay. Alles nam echter nog een hogere vlucht toen in 1804 Bonaparte tot keizer werd gekroond. Jean-Rémy Moët had een goede, vriendschappelijke relatie met de keizer. In 1832 namen zoon Victor Moët en schoonzoon Pierre-Gabriel Chandon de Briailles de leiding van Jean-Rémy over. Vanaf 1833 heet de firma Moët & Chandon.

Moët & Chandon is sinds jaar en dag verreweg het grootste champagnehuis. Nog voor 1880 was het met 365 hectaren al de grootste wijngaardeigenaar van Champagne. Het areaal was niet alleen omvangrijk, maar ook kwalitatief van belang. Inmiddels is het bezit, door slimme acquisities in de afgelopen 15 jaar, uitgegroeid tot meer dan 1000 hectaren. In 13 van de 17 grand-crugemeenten heeft Moët wijngaarden. Het échelle des crus gemiddelde is 93 procent. Ondanks het enorme bezit komt driekwart van de verwerkte druiven van livreurs au kilo. Er zijn met ongeveer 1000 druivenverbouwers contracten met betrekking tot om en nabij 2600 hectaren. Bij Moët ligt een voorraad van meer dan 100 miljoen, misschien wel 120 miljoen flessen champagne te rijpen. Wie weet nog wel meer, want men streeft ernaar een voorraad van vier jaar aan te houden en de jaarlijkse verkopen zijn de 30 miljoen flessen gepasseerd. Hoe groot de voorraad ook is, de eigen opslagruimten, keldergangen op drie niveaus tot 30 meter diep, 28 kilometer lang, waren jaren geleden al te klein. In 1998 heeft men Champagne De Venoge, eveneens op de Avenue de Champagne, gekocht en snel doorverkocht, maar wel zonder de bedrijfsgebouwen en kelders.

Moët & Chandon is met een jaarverkoop van dik 30 miljoen flessen ongeveer tweemaal zo groot als nummer twee in de markt. Zo'n 10 procent van de totale champagneverkoop gaat onder de naam Moët & Chandon. Bijna een kwart van de exportmarkt is in handen van Moët. En Champagne Moët & Chandon is in 170 landen te koop.

Vaak hoort men dat een dergelijke, reusachtige onderneming geen kwaliteit, althans geen constante kwaliteit kan leveren.

Bij veel wijnliefhebbers is het bon ton om voor kleine boertjes, in het geval van champagne voor récoltants-manipulants, te kiezen. Dat is ambachtelijk en romantisch. Groot is industrieel en bevordert middelmatigheid. Wijn maken zou alleen kleinschalig kunnen. Moët - en niet alleen Moët - bewijst het tegendeel. Moët is gigantisch groot en produceert prachtige champagnes. Men doet er alles aan om niet alleen maar groot te zijn. Een uitermate deskundige en gemotiveerde staf is dagelijks bezig met geavanceerd onderzoek in de wijngaarden en de kelders om de kwaliteit hoog te houden en verder op te voeren. Er is een eigen onderzoekscentrum en er worden jaarlijks miljoenen geïnvesteerd in alle mogelijke experimenten. In 2006 heeft men speciaal voor de productie van rosé champagne een nieuwe cuverie voor de productie van rode wijnen gebouwd. In 2008 is deze cuverie in omvang al weer verdubbeld. Dat kwantiteit bij Moët niet haaks op kwaliteit staat, blijkt ook duidelijk uit de mogelijkheden waarover de assembleurs beschikken. Er kan voor de assemblage worden gekozen uit zo'n 600 verschillende wijnen uit circa 200 crus, waaronder alle 17 grands en 35 van de dik veertig premiers crus.

De Brut Impérial, zonder oogstjaar, is de universele champagne. Vineus, met rondingen, heerlijk romig en gul, aroma's van brooddeeg en toast en perfect harmonieus. Hij wordt gecomponeerd uit zo'n 200 verschillende wijnen uit onder andere Cramant en Chouilly - daar heeft Moët 150 hectaren! - en Vertus voor chardonnay en Aÿ en Verzenay voor pinot noir. De druivensamenstelling is nooit helemaal standaard, maar ligt in de buurt van 40 procent pinot noir, 40 procent pinot meunier en 20 procent chardonnay. De Brut Impérial Rosé is verbazingwekkend levendig, fijn en floraal. Men heeft nu voor een totaal van 50 hectaren percelen in Hautvillers, Aÿ, Mareuil, Bouzy en vooral Verzenay aangewezen voor de productie van rode wijnen. Door deze verscheidenheid is er ook niet één stijl rode wijn, maar wel vier of vijf stijlen. Bij binnenkomst gaan de druiven over een table de tri teneinde alleen gezond en rijp pinotfruit in de gistingstanks te krijgen Het aandeel pinot meunier in de Brut Impérial Rosé komt uit het département Aisne, dus uit het westelijk deel van de Vallée de la Marne. De Brut Impérial Millésimé en de Brut Rosé Impérial Millésimé zijn lange tijd zwaar onderschat. Maar dat is nu feitelijk niet meer mogelijk. Met de jaargang 1999 is er sprake van een trendbreuk: de millésimés hebben sindsdien letterlijk en figuurlijk meer gewicht. De stijl is steviger, robuuster en vineuzer geworden. Zowel de blanke als de rosé versie heeft nu meer diepte en karakter. In 2000 is ook de buitenkant van de fles van beide veranderd. Nu heet de champagne Moët & Chandon Brut Grand Vintage Millésimé, respectievelijk Moët & Chandon Brut Rosé Grand Vintage Millésimé. Beide zijn met de oogst 2000 uitermate geslaagd. De Brut Grand Vintage 2000 bestaat uit 50 procent chardonnay, 34 procent pinot noir en 16 procent pinot meunier. Het hoge aandeel chardonnay is goed proefbaar: de wijn is energiek en heeft aroma's van bloemen en fruit. Goed proefbaar is eveneens de reductieve werkwijze: de invloed van zuurstof is zoveel mogelijk verre gehouden van de wijn. De Brut Rosé Grand Vintage 2000, met een elegant aroma van framboosjes, bestaat uit 41 procent pinot noir, 39 procent chardonnay en 20 procent pinot meunier. In beide gevallen zijn de dosages met 9 gram per liter wat lager dan gebruikelijk bij Moët. Beide zie ik als mijlpalen voor dit traject binnen Moët.

Sinds al weer meer dan tien jaar produceert Moët de Brut Impérial Premier Cru. Het is een non-millésimé met een fijn aroma van witte wilde bloemen en een fijne, crèmige structuur. Hij is samengesteld uit gelijke delen pinot noir, pinot meunier en chardonnay. En ten slotte is er ook nog een Moët & Chandon Brut Réserve Impériale en een Nectar Impérial. De laatste is met een dosage van 40 a 45 gram suiker per liter een demi-sec.

Tot voor enkele jaren was Dom Pérignon de cuvée de prestige van Moët. Nu zijn Moët en Dom Pérignon ondergebracht in verschillende business units. Het heeft te maken met de stijl van de champagnes van Moët en die van Dom Pérignon; die liggen niet in elkaars verlengde. En het heeft te maken met marketing. Moët krijgt nu meer ruimte, meer aandacht. Niettemin zien velen Dom Pérignon nog als het vlaggenschip van Moët et Chandon.

Gepubliceerd op 07-06-2017