Dom Pérignon betekenis & definitie

Tot voor enkele jaren is Dom Pérignon gezien als de cuvée de prestige van Moët & Chandon. Nu zijn beide meer of minder losgekoppeld en gaat Dom Pérignon een eigen weg. De belangrijkste overweging voor deze move is geweest dat Moet & Chandon en Dom Pérignon zeer verschillend van stijl zijn. Dom Pérignon ligt in die zin niet in het verlengde van Moët. .. Marketingoverwegingen hebben echter ook meegespeeld in de beslissing. Moët & Chandon kan zich los van de veelbesproken Dom Pérignon meer ontwikkelen, krijgt meer ruimte. Het is wel Moët geweest die, in 1936 met de oogst van 1921, met Dom Pérignon op de markt is gekomen. Dom Pérignon is een van de oudste en zeker een van de bekendste onder de superchique en kostbare champagnes. Dom Pérignon heeft een grote aantrekkingskracht op snobs - sommigen spreken achteloos over 'een DP-tje' - en niet minder op echte wijnliefhebbers. Het is een legende. Een legende van grote schoonheid. Er zijn inclusief de Dom Pérignon 1921, die dus in 1936 op de markt kwam, tot en met de jaargang 2000 in totaal 35 jaargangen uitgebracht. Geleidelijk aan is de wereldwijde vraag gigantisch geworden, althans gerelateerd aan wat men ervoor moet betalen. De productie is in de loop van de tijd daarom ook flink opgeschroefd, maar kan de vraag toch niet geheel bijhouden. Voor zo'n excellente champagne is de productie in feite ongelooflijk hoog. Er wordt nooit openlijk over gesproken, maar het schijnt dat er jaarlijks meer dan vier miljoen flessen worden verkocht. Vanaf 1982 tot en met 2000 is er 12 maal op 19 oogsten een Dom Pérignon geproduceerd. Vanaf 1995 tot en met 2000 is alleen 1997 niet geproduceerd. Vanzelfsprekend is het volume van elk van deze Dom Pérignonjaren wisselend, want er wordt uitermate streng geselecteerd op kwalitatief het meest hoogstaande fruit. Want ondanks de relatief reusachtige productie (tegenwoordig vijf miljoen flessen?) volgt men niet een volume, maar een value-strategy, zegt men.

In de jaren tachtig blonken de vintages 1982,1985 en 1988 uit door finesse en elegantie. Vreemd genoeg is er geen 1989 geproduceerd. Vervolgens hebben we een druk bezet decennium Dom Pérignon met daarin de schitterende 1990,1995 en 1996. Jammer genoeg vertoont laatstgenoemde jaargang onregelmatigheden. Als hij goed is, is hij magistraal. Maar af en toe zit er een slechte fles tussen. Chef de cave Richard Geoffroy heeft mij persoonlijk gezegd dat het aan een partij slechte kurken heeft gelegen en dat men bereid is iedere slechte fles te vervangen. Hoeveel liefhebbers zullen er hebben geklaagd...? De jaargang 1999 toont de kenmerkende klasse van een klassieke Dom Pérignon, hoewel hij vanzelfsprekend net niet de kracht en diepte heeft van 1990,1995 en 1996. Hij bezit de frisse, levendige, lichtvoetige en minerale stijl. Hij is breed en subtiel genuanceerd, is uitermate verfijnd, toont complexiteit en bezit een spannende balans. Maar ook de voorraad van de 1999 is nu uitgeput en de jaargang 2000 kondigt zich aan.

Dom Pérignon is altijd samengesteld uit ongeveer 50 procent wijnen van de chardonnay en 50 procent wijnen van de pinot noir. In de praktijk kan het dus 51 procent van de een en 49 procent van de ander zijn, maar men streeft naar de balans én de spanning tussen deze beide. Dom Pérignon is koorddansen tussen chardonnay en pinot noir. De chardonnays komen uit Cramant en Chouilly, namelijk uit de wijngaarden van het prachtige eigen bezit Chateau de Saran op de Butte de Saran, dat tussen deze beide grands crus in ligt, en uit Avize en Le Mesnil-sur-Oger. De pinots noirs komen uit Aÿ, Bouzy, Verzenay en Mailly en vooral ook uit premier cru- gemeente Hautvillers. Het fruit komt altijd van wijnstokken die ouder zijn dan 40 jaar. In de streek noemt men de chardonnay uit Cramant le noir des blancs. De wijn van deze druiven is, naast elegant en verfijnd, vineus en vooral karaktervol. En zo ook Dom Pérignon. Om de stijl van Dom Pérignon te omschrijven is, naast het hemelse, ijle mondgevoel, harmonie het sleutelwoord. De fragiele, bijna spannende balans tussen de kwaliteiten van beide druivenrassen drukt zich uit in totale harmonie.

Dom Pérignon Rosé is, indien mogelijk, nog mystieker. De eerste Dom Pérignon Rosé is de jaargang 1959 geweest. Sindsdien is er slechts 17 keer een roze versie van DP uitgebracht. Hij wordt in een veel minder omvangrijke oplage geproduceerd dan de blanke versie. Ook is hij aanzienlijk prijziger. Na de meesterlijke 1988 en 1990, kwam de 1993 en vervolgens de juweeltjes 1995 en 1996.

Tenslotte is er sinds een aantal jaren een nieuw fenomeen: de Dom Pérignon Oenothèque. Op basis van het uitgangspunt dat een grote champagne drie levens heeft, komt men nu met oude jaargangen Dom Pérignon, die heel lang, soms decennia lang, op het gistdepot hebben gelegen en slechts mondjesmaat zijn gedoseerd. Daardoor worden ze onder andere gekenmerkt door een volkomen fris en jeugdig mondgevoel en tegelijk een wonderschone, complexe smaak met aroma's van de autolyse. In het Panthéon de Dom Pérignon zijn onder andere opgenomen de jaren 1993,1990,1988,1985,1973,

1969,1962,1961 en 1959. Zij zijn verkrijgbaar op bestelling. Richard Geoffroy, die in 1985 als oenoloog bij Moët & Chandon is begonnen, is sinds 1990 betrokken bij en sinds 1996 als chef de cave verantwoordelijk voor Dom Pérignon en bovendien de chef van de totale equipe van oenologen bij Moët. Hij is een supertalent en weet als geen ander de kwintessens van Dom Pérignon, het bijna etherische mondgevoel, steedcuvée de prestige van Moët & Chandon. Nu zijn beide meer of minder losgekoppeld en gaat Dom Pérignon een eigen weg. De belangrijkste overweging voor deze move is geweest dat Moet & Chandon en Dom Pérignon zeer verschillend van stijl zijn. Dom Pérignon ligt in die zin niet in het verlengde van Moët.

Marketingoverwegingen hebben echter ook meegespeeld in de beslissing. Moët & Chandon kan zich los van de veelbesproken Dom Pérignon meer ontwikkelen, krijgt meer ruimte. Het is wel Moët geweest die, in 1936 met de oogst van 1921, met Dom Pérignon op de markt is gekomen. Dom Pérignon is een van de oudste en zeker een van de bekendste onder de superchique en kostbare champagnes. Dom Pérignon heeft een grote aantrekkingskracht op snobs - sommigen spreken achteloos over 'een DP-tje' - en niet minder op echte wijnliefhebbers. Het is een legende. Een legende van grote schoonheid. Er zijn inclusief de Dom Pérignon 1921, die dus in 1936 op de markt kwam, tot en met de jaargang 2000 in totaal 35 jaargangen uitgebracht. Geleidelijk aan is de wereldwijde vraag gigantisch geworden, althans gerelateerd aan wat men ervoor moet betalen. De productie is in de loop van de tijd daarom ook flink opgeschroefd, maar kan de vraag toch niet geheel bijhouden. Voor zo'n excellente champagne is de productie in feite ongelooflijk hoog. Er wordt nooit openlijk over gesproken, maar het schijnt dat er jaarlijks meer dan vier miljoen flessen worden verkocht. Vanaf 1982 tot en met 2000 is er 12 maal op 19 oogsten een Dom Pérignon geproduceerd. Vanaf 1995 tot en met 2000 is alleen 1997 niet geproduceerd. Vanzelfsprekend is het volume van elk van deze Dom Pérignonjaren wisselend, want er wordt uitermate streng geselecteerd op kwalitatief het meest hoogstaande fruit. Want ondanks de relatief reusachtige productie (tegenwoordig vijf miljoen flessen?) volgt men niet een volume, maar een value-strategy, zegt men.

In de jaren tachtig blonken de vintages 1982,1985 en 1988 uit door finesse en elegantie. Vreemd genoeg is er geen 1989 geproduceerd. Vervolgens hebben we een druk bezet decennium Dom Pérignon met daarin de schitterende 1990,1995 en 1996. Jammer genoeg vertoont laatstgenoemde jaargang onregelmatigheden. Als hij goed is, is hij magistraal. Maar af en toe zit er een slechte fles tussen. Chef de cave Richard Geoffroy heeft mij persoonlijk gezegd dat het aan een partij slechte kurken heeft gelegen en dat men bereid is iedere slechte fles te vervangen. Hoeveel liefhebbers zullen er hebben geklaagd...? De jaargang 1999 toont de kenmerkende klasse van een klassieke Dom Pérignon, hoewel hij vanzelfsprekend net niet de kracht en diepte heeft van 1990,1995 en 1996. Hij bezit de frisse, levendige, lichtvoetige en minerale stijl. Hij is breed en subtiel genuanceerd, is uitermate verfijnd, toont complexiteit en bezit een spannende balans. Maar ook de voorraad van de 1999 is nu uitgeput en de jaargang 2000 kondigt zich aan.

Dom Pérignon is altijd samengesteld uit ongeveer 50 procent wijnen van de chardonnay en 50 procent wijnen van de pinot noir. In de praktijk kan het dus 51 procent van de een en 49 procent van de ander zijn, maar men streeft naar de balans én de spanning tussen deze beide. Dom Pérignon is koorddansen tussen chardonnay en pinot noir. De chardonnays komen uit Cramant en Chouilly, namelijk uit de wijngaarden van het prachtige eigen bezit Chateau de Saran op de Butte de Saran, dat tussen deze beide grands crus in ligt, en uit Avize en Le Mesnil-sur-Oger. De pinots noirs komen uit Aÿ, Bouzy, Verzenay en Mailly en vooral ook uit premier cru- gemeente Hautvillers. Het fruit komt altijd van wijnstokken die ouder zijn dan 40 jaar. In de streek noemt men de chardonnay uit Cramant le noir des blancs. De wijn van deze druiven is, naast elegant en verfijnd, vineus en vooral karaktervol. En zo ook Dom Pérignon. Om de stijl van Dom Pérignon te omschrijven is, naast het hemelse, ijle mondgevoel, harmonie het sleutelwoord. De fragiele, bijna spannende balans tussen de kwaliteiten van beide druivenrassen drukt zich uit in totale harmonie.

Dom Pérignon Rosé is, indien mogelijk, nog mystieker. De eerste Dom Pérignon Rosé is de jaargang 1959 geweest. Sindsdien is er slechts 17 keer een roze versie van DP uitgebracht. Hij wordt in een veel minder omvangrijke oplage geproduceerd dan de blanke versie. Ook is hij aanzienlijk prijziger. Na de meesterlijke 1988 en 1990, kwam de 1993 en vervolgens de juweeltjes 1995 en 1996.

Tenslotte is er sinds een aantal jaren een nieuw fenomeen: de Dom Pérignon Oenothèque. Op basis van het uitgangspunt dat een grote champagne drie levens heeft, komt men nu met oude jaargangen Dom Pérignon, die heel lang, soms decennia lang, op het gistdepot hebben gelegen en slechts mondjesmaat zijn gedoseerd. Daardoor worden ze onder andere gekenmerkt door een volkomen fris en jeugdig mondgevoel en tegelijk een wonderschone, complexe smaak met aroma's van de autolyse. In het Panthéon de Dom Pérignon zijn onder andere opgenomen de jaren 1993,1990,1988,1985,1973,

1969,1962,1961 en 1959. Zij zijn verkrijgbaar op bestelling. Richard Geoffroy, die in 1985 als oenoloog bij Moët & Chandon is begonnen, is sinds 1990 betrokken bij en sinds 1996 als chef de cave verantwoordelijk voor Dom Pérignon en bovendien de chef van de totale equipe van oenologen bij Moët. Hij is een supertalent en weet als geen ander de kwintessens van Dom Pérignon, het bijna etherische mondgevoel, steeds weer te vinden.

Gepubliceerd op 07-06-2017