uittellen betekenis & definitie

Van een hand: de distributie of het aantal punten van de hand van een tegenstander berekenen.

Voorbeeld:uittellenTegen 4♠ start west met een kleine klaveren voor de heer van oost, die ♠B naspeelt. Zuid duikt, west maakt ♠H en speelt schoppen terug voor de vrouw op tafel. De leider speelt ruiten naar de vrouw, door west genomen. De klaverennakomst wordt op tafel getroefd.

De leider gaat nu oost "uittellen". Hij heeft voorgepast en zal gezien zijn singleton schoppen dus minder dan twaalf honneurpunten hebben. De eerste slag heeft verraden dat hij behalve ♣H ook ♣A heeft. Ook moet hij ♣B hebben, want met klaveren vrouw en boer zou west niet met een kleintje zijn gestart. Verder heeft hij ♠B laten zien. Naast deze negen honneurpunten kan oost dus niet ♥H hebben.

De leider vervolgt daarom met een kleine harten naar het aas en ziet zijn tellen beloont: ♥H valt sec bij west. De rest is eenvoudig: schoppen naar de 10, op ♦H-B twee kleine harten weg en tot slot een harten naar de 10.

Zie ook: discovery play