noord betekenis & definitie

1. Een van de vier windrichtingen die aan de spelers worden toegekend.

2. Aanduiding voor de speler die deze windrichting heeft. ‘Noord’ (ook: de ‘noordspeler’) heeft bij wedstrijden gewoonlijk bepaalde verantwoordelijkheden voor de gang van zaken aan tafel, zoals het controleren of de juiste spellen worden gespeeld en het noteren van de scores.