kans betekenis & definitie

1. Mogelijkheid of zich voordoende gelegenheid, bijvoorbeeld voor de leider om een contract (of een extra slag) te maken (enige kans; maakkans).

2. Waarschijnlijkheid, bijvoorbeeld van een bepaalde verdeling van de kaarten van de tegenpartij (kansberekening).
3. Kort voor kansberekening. In de uitdrukking: dat is tegen de kans.

Zie ook: combineren van kansen; meenemen

Gepubliceerd op 23-06-2017