fit betekenis & definitie

1. Gezamenlijk bezit van een partnership in een kleur.

2. Gezamenlijk bezit van minimaal zeven kaarten in een kleur (bv. een vier-vier fit of een zes-vijf fit). In ruime zin wordt al of niet ironisch ook wel gesproken van bijvoorbeeld een vier-twee fit of een drie-nul fit.
3. Bezit van een zodanig aantal kaarten in een door partner geboden kleur dat er sprake is van een fit (2).
4. Het fitten.

Zie ook: aansluiting; dubbele fit; misfit

Gepubliceerd op 23-06-2017