aan betekenis & definitie

1. Aanmoedigend. Als betekenis van een signaal. Zie ook: af

2. Aan zijn: geen slag meer mogen verliezen. Gezegd van een leider die voor het maken van zijn contract de rest van de slagen moet halen, en ook wel van het desbetreffende contract. Nooit gebruikt met betrekking tot grootslem (vanaf het begin al ‘aan’) en ook niet na afloop van het spelen (het contract is dan ‘precies gemaakt’).

Gepubliceerd op 22-06-2017