Bouwkundig woordenboek

L. Zwiers (1918)

Gepubliceerd op 28-10-2025

As

betekenis & definitie

In de practijk meestal een ijzeren of stalen stang, waarom een of meer wielen draaien, of waarop een of meer wielen zijn vastgezet, ten einde door middel van drijfriemen de beweging op andere wielen of machinedeelen over te brengen. Ook andere voorwerpen, waaraan een draaiende beweging moet worden gegeven, zooals slijp- en molensteenen, trommels, e.d. worden daartoe op een as of Spil vastgezet.

Theoretisch is bij een lichaam de as of Aslijn de lijn, die door de middenpunten gaat van alle gelijke, evenwijdige doorsneden van dat lichaam; zoo spreekt men van de as van een prisma, een cylinder, een kegel, een bol. Bij vlakke figuren is het de lijn. die de figuur in twee symmetrische helften verdeelt, b.v. de groote en kleine as van een ellips, waarbij elk punt, waar de ellips de assen snijdt, een Aspunt heet; zulk een as noemt men dan de As van symmetrie en kan men ook aannemen bij verschillende profieldoorsneden, als van spoorrails, I-balken e.d.In de analytische meetkunde is de as de lijn, waarop de coördinaten van verschillende punten worden uitgezet; gewoonlijk neemt men daarvoor een Assenstelsel aan, n.l. voor een vlak twee assen X en Y, en voor een lichaam drie assen X, Y en Z, rechthoekig op elkaar, welke men dan de X-as, Y-as en Z-as noemt. De drie lijnen Xo, Yo en Zo vormen het Assenkruis.

In de waterbouwkunde, bij den aanleg van straat-, spoor- en tramwegen, noemt men de lijn, die in de lengte het midden van den weg aangeeft, de as van den weg; bij het uitbakenen van zulk een weg moet deze as worden uitgezet en wordt ze dan aangewezen door kleine paaltjes, Aspiket genaamd, die op geregelde afstanden in den grond worden geslagen. Ook bij de kijkers der meet- en waterpasinstrumenten, die men voor het doen van opmetingen en het bepalen van richtingen gebruikt, heet de lijn, die door de optische middenpunten der lenzen gaat, de as van den kijker; in onderscheiding van de as of spil, waarop de kijker draait, wordt de bedoelde lijn echter beter Vizierlijn genoemd. Het stuk, waarin genoemde spil draait, heet de Ashouder. Bij sommige instrumenten is dit een los stuk, het Asstuk, met een kegelvormige spil, waar een doosniveau, dat om de spil past, wordt opgezet.

In de statica wordt de lijn, welke men aanneemt om de ligging eener kracht te bepalen, eveneens as genoemd: zoo ook de lijn, die het moment voorstelt van een koppel van krachten, de as van het koppel. Voorts noemt men Neutrale as de snijlijn van een dwarsdoorsnede, rechthoekig op de lengte-as van een balk, die op doorbuiging is belast, met de neutrale laag of neutrale vezellaag van den balk, d. i. de laag, waarin, ten gevolge van de uitrekking der vezellagen eenerzijds, en van de samendrukking der vezellagen anderzijds, welke beide naar het midden van den balk geleidelijk afnemen, trek noch druk heerscht.

As van een baan, van een spoor, van een gebouw ol een kunstwerk. Is de geometrische middellijn van een baan, spoor, gebouw of kunstwerk; het lengteprofiei van een baan wordt in de baan-as gemeten. Op het terrein wordt de as door piketten van hout (in Indië dikwijls van bamboes) aangegeven; een spijker, in den kop der piketten geslagen, geeft desgewenscht nog nauwkeuriger de ligging der as aan.

De as van een weg is de snijlijn van het richtingsvlak niet de kruin van den weg. Soms duidt men er ook het richtingsvlak, d. i. het verticale vlak door het midden van den weg zelf, mede aan. Aspiketten noemt men de paaltjes, welke bij het uitzetten van den weg worden geslagen om de plaats en de hoogte van de as van den weg aan te geven. De aslijn is de horizontale projectie van de as van den weg, zooals die b.v. op kaarten wordt aangegeven.

< >