Lexicon Beeldende Kunstenaars

Pieter Scheen (1980)

Gepubliceerd op 29-01-2021

Mackenzie

betekenis & definitie

Marie Henrie; geb. Rotterdam 3 augustus 1878, overl.

Hilversum 30 december 1961. Woonde en werkte in Rotterdam, o.a. in Londen en Bakoe aan de Kaspische Zee (i1/ jaar), Amsterdam tot 1931, daarna in Hilversum. Leerling van de Akademie v. B.K. te Rotterdam en later van G. H. Breitner te Amsterdam.

Was employé bij een oliemaatschappij en schilderde aanvankelijk uit liefhebberij, kreeg in de crisisjaren (1931) zijn ontslag en legde zich geheel op de kunst toe. Schilderde in de trant van zijn leermeester en volgde Breitner dikwijls zo slaafs na dat er veel ‘Mackenzie’s’ door de vervalsers tot Breitners werden getransformeerd. Schilderde en tekende landschappen, stads- en havengezichten (meestal Amsterdamse), figuren en veel portretten. Was lid van ‘St Lucas’ te Amsterdam en lid en medeoprichter van de Hilversumse Vereniging van Beeldende Kunstenaars.HILVERSUM -werk in ‘de Vaart’. Rijkscollectie: de haven van Hilversum; Jodenhouttuinen te Amsterdam; carnaval; zelfportret.

H. H. van Calker: ‘In het atelier van den schilder’ (hldz. 116-121), Amsterdam 1941. Luns; Mak van Waay; Scheen 1970; Van Hall port.