Parkinson betekenis & definitie

Parkinson is een neurodegeneratieve ziekte dat meestal ontstaat tussen het 40e en 60e levensjaar. Het heeft een prevalentie van circa 100 per 100.000 en heeft geen kans op genezing.

Bij parkinson degenereren de neuronen in de substantia nigra waardoor er minder dopamine (neurotransmitter) projectie is op het striatum. Bij parkinson moeten minsten drie van de vier symptomen aanwezig zijn: tremor(trilling) in rust, rigiditeit (stijfheid), akinesie (bewegingsarmoede) en gestoorde houdingsreflexen. Niet aanwezig mogen zijn oogbewegingsstoornissen, autonome functiestoornissen en cerebellaire stoornissen.

De behandeling van parkinson bestaat uit het toedienen van dopamine (levodopa). Door deze medicatie kunnen wel impulsstoornissen ontstaan zoals verslavingen. Er is mogelijk een erfelijke factor in het spel maar daar moet nog onderzoek naar gedaan worden.
Dit ziektebeeld moet niet worden verward met parkinsonisme, waarbij ook een hypokinetisch rigide syndroom ontstaat, alleen is hierbij geen degeneratie van de substantie nigra maar een minder goed werkende dopamine receptor. Parkinsonisme is een stuk progressiever dan parkinson en medicatie werkt uiteraard minder goed doordat de receptor niet meer functioneel is.

Gepubliceerd op 10-10-2014