Biologische encyclopedie

G. Th. van Kempen (1974)

Gepubliceerd op 03-04-2020

zenuwstelsel

betekenis & definitie

opgebouwd uit zenuwweefsel, geleidt impulsen. Van de holtedieren af bezitten alle diergroepen echt zenuwweefsel.

Bij de holtedieren is het eenvoudig gebouwd, een netwerk van zenuwcellen met uitlopers. Impulsen kunnen in beide richtingen gaan, daar er nog geen synapsen zijn (verbindingen die de impulsgeleiding in één richting mogelijk maken), ➝ diffuus zenuwstelsel.Verder in het dierenrijk is dit wel het geval. Bij kwallen treedt er concentratie op. Het zenuwnetwerk onder de epidermis is in de schermrand geconcentreerd tot een zenuwring die de bewegingen reguleert en coördineert. Bij platwormen bestaat het zenuwstelsel uit twee hersengangliën in het voorste deel en hiervan uitgaande gepaarde lengtestammen, uit cellen en vezels bestaand, die door een netwerk zijn verbonden. Het zenuwstelsel van de ringwormen sluit hierop aan maar is beter ontwikkeld. Het kopsegment bevat gepaarde hersenknopen door een slokdarmring verbonden met de segmenten aan de buikzijde (ventraal) gelegen gepaarde zenuwknopen. Achter elkaar liggende zenuwknopen zijn door strengen verbonden, terwijl de zenuwknopen van één segment een dwarsverbinding hebben (touwladderzenuwstelsel). Bij weekdieren zijn er meestal 3-5 paar zenuwknopen (o.a. hersen-, voet- en ingewandsgangliën) en verbindende zenuwstrengen. Bij de geleedpotigen treedt eveneens een touwladderzenuwstelsel op, echter met vergroting van de hersenknopen en komt versmelting van achter elkaar gelegen buikzenuwknopen algemeen voor. Deze concentratie gaat bij krabben zo ver dat er één zenuwmassa ontstaat.

Ook de beide lengtestammen lopen vaak vlak naast elkaar. Bij gewervelde en vele ongewervelde dieren dus verschillende typen van centrale zenuwstelsel (gewervelde dieren: hersenen en ruggemerg). Perifere zenuwstelsel: hersenen ruggemergzenuwen. Het zenuwstelsel ontstaat uit het ectoderm. De neurale plaat (mediane verdikking van het ectoderm) zakt als een goot in. De beide randen (neurale wallen) vergroeien en er ontstaatde neurale buis. Deze maakt zich vrij van het ectoderm en vormt de aanleg van ruggemerg en hersenen, ➝ neurale buis, ➝ autonome zenuwstelsel.

Gespecialiseerd voor communicatie tussen receptor en effector. De door de neuronen opgevangen informatie verspreidt zich door het zenuwstelsel als een reeks van impulsen langs de zenuwvezels (vooral hun frequentie is van belang). Als een binnenkomende impuls een vastgestelde, uittredende impuls opwekt ontstaat een reflex. De eventueel overgebrachte informatie hangt af van de interactie van postsynaptische responsen bij verschillende synapsen op één neuron (➝ facilitatie, ➝ inhibitie, ➝ summatie). De synaps is dus de primaire plaats van „besluitvorming” en zorgt voor een erbij passende reactie op verschillende, geselecteerde impulsen. Zo ontstaan flexibele en ingewikkelde gedragspatronen. Synaptische mechanismen hebben ook te maken met meer gecompliceerde gedragsvormen, zoals bij leren.

Hierbij kan informatie worden opgeslagen in het semipermanente (op korte termijn) of permanente op lange termijn) geheugen. Bestaande gedragspatronen kunnen ook gewijzigd worden. Bij vertebraten zijn de hersenen het dominante centrum en de plaats van permanent geheugen en van leerprocessen.