Biologische encyclopedie

G. Th. van Kempen (1974)

Gepubliceerd op 03-04-2020

chloroplast

betekenis & definitie

(G., plassoo = vormen), bladgroenkorrel, drager van bladgroen. Bij hogere planten rond of ovaal van vorm.

Bij sommige wieren zeer groot en met speciale vorm: ster-, plaat- of bandvorming.De diameter is 3-6 μm. De dubbelmembraan van het omhulsel omsluit de grondsubstantie, stroma of matrix genoemd. Binnenin is er een systeem van lamellen. Deze bestaan uit een reeks van membranen, de thylakoïden. Deze vormen de in stapels gelegen grana. In lamellensysteem (met chlorofyllen en carotenoïden) de lichtreacties van fotosynthese. In stroma: ribosomen (ook gebonden aan lamellaire membranen), fibrillen van DNA, vetdruppels en enzym voor donkerreactie.