Bijbelse encyclopedie

Prof. dr. F.W. Grosheide (1950)

Gepubliceerd op 17-04-2025

BOOM DER KENNIS VAN GOED EN KWAAD

betekenis & definitie

In Gen. 2 : 9 staat, dat de Here God allerlei geboomte uit de aarde deed opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de b. Gen. 2 : 16, 17 legt Hij de mens het gebod op: „Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de b., daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.” De slang houdt de vrouw voor, dat zij en haar man volstrekt niet zullen sterven, „maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad,” Gen. 3 : 5.

De vrouw zag, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at, Gen. 3 : 6. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren, Gen. 3 : 7. Zij verborgen zich voor de Here God. Wanneer de mens als reden voor dit verbergen opgeeft, dat hij bevreesd werd, omdat hij naakt is, krijgt hij ten antwoord de vraag: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? (Gen. 3 : 11). Gen. 3 : 22 zegt de Here God: „Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad”.Uit deze gegevens der Schrift blijkt duidelijk, dat het in het z.g. proefgebod ging om gehoorzaamheid aan God. De vrucht van de boom was niet schadelijk. Het ging om een afblijven van die vrucht, alleen omdat de Here God dat wilde. En op deze wijze zou de mens gekomen zijn tot een proefondervindelijke kennis van het verschil tussen goed en kwaad, wanneer hij de verzoeking had doorstaan. Doordat hij echter aan de verzoeking gehoor geeft, krijgt hij kennis van het verschil tussen goed en kwaad, doordat hij het kwaad doet. En het schaamtegevoel om zijn naaktheid is een bewijs, dat zijn geweten is ontwaakt, dat hij beseft, dat hij schuldig staat tegenover God en tegenover zijn naaste.

< >