Wacht betekenis & definitie

Een wacht(er) voor de mond of lippen zetten, op zijn woorden passen; zwijgen.

Een wacht voor de mond zetten komt letterlijk uit de bijbel: ‘Zet een wacht voor mijn mond, HEER, / een post voor de deur van mijn lippen. / Houd mijn hart ver van het kwaad, / verleid het niet tot goddeloze daden / met hen die onrecht bedrijven, / laat mij niet eten van hun overvloed’ (Psalmen 141:3-4, NBV). De lippen in de variant komen uit de volgende zin: ‘een post voor de deur van mijn lippen’. Wacht is zoveel als bewaking, dat de variant met wachter ‘bewaker’ kan verklaren (maar in de bijbelvertalingen wordt nergens wachter gebruikt). Ook komt slot voor in plaats van wacht, zie bijvoorbeeld Jezus Sirach 22:33 (vers 27 in de NBG-vertaling) in de Deux-Aesbijbel (1562), ‘O dat ick konde een slot voor mynen mont hanghen, ende eenen vasten seghel op mynen mondt drucken’.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Psalmen 141:3. HEERE, settet een wacht voor mijnen mont: behoedet de deure mijner lippen.

Gebruiksvoorbeeld: Deze man, de zoon van Felix. Maar voor haar lippen staat een wacht en ze respecteert de wens van de oude man om dit vóór zich te houden. (J. Burgers-Drost, Als de liefde een kans krijgt, 1988, p. 159)

Gebruiksvoorbeeld: De zaterdagen op het Hemeltje [een boerderij] zijn voor haar het thuiskomen op een geliefde plek bij een dierbaar mens. Waar ze zich vrij en ongedwongen geven kan zoals ze is. [...] Waar ze geen wachter voor haar lippen hoeft te zetten en geen wachter voor haar hart. (H.J. van Nijnatten-Doffegnies, ’t Hemeltje, 1993 (1953), p. 150)

Gebruiksvoorbeeld: Nu Van Mierlo mee mag onderhandelen loopt hij rond met een slot op de mond en gedraagt hij zich roomser dan KVP-leider Romme in de jaren vijftig. (NRC, mei 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017