Uitspansel betekenis & definitie

Uitspansel, door God geschapen zichtbare deel van het firmament; lucht.

Dit woord wordt alleen nog bewust plechtig, archaïsch gebruikt. Het komt vaker voor in de bijbel maar het bekendst is de plaats helemaal aan het begin, waar de eerste scheppingsdag beschreven wordt: ‘En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel’ (Genesis 1:6-8, NBG-vertaling; de NBV heeft hier ‘gewelf’ in plaats van ‘uitspansel’). In de NBV komt uitspansel alleen nog voor in Psalmen 19:2.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Genesis 1:8. Ende Godt noemde het Uytspansel, Hemel.

Gebruiksvoorbeeld: Hij zou zijn huis van twee verdiepingen weer oprichten, belachelijk nietig met zijn dak van riet onder het gruwelijke uitspansel. (P.F. Thomése, Zuidland, 1990, p. 17)

Gebruiksvoorbeeld: Vergeefs wezen wij ook op de genezende kracht van het uitspansel, dat intussen een diep-blauwe lucht vertoonde. (NRC, jan. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017