Tong betekenis & definitie

In tongen spreken, in goddelijke extase in onverstaanbare taal iets belangrijks verkondigen.

Het in tongen spreken is een gave van God, die onder meer plaatsvond toen de Heilige Geest over Jezus’ discipelen werd uitgestort tijdens het Pinksterfeest. Vgl. ook Handelingen 10:44-46, ‘Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken’ (NBG-vertaling). In de NBV komt de frase niet meer voor en is gekozen voor de formulering ‘in klanktaal spreken’.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 10:46. Want si hoorden dat si met tongen spraken ende god groot maecten. (Statenvertaling (1637): Want sy hoorden haer spreken met [vremde] talen.)

Gebruiksvoorbeeld: Grijpstra vertelde dat zijn oom Jo zaliger, die op het land woonde waar de kinderen niet worden ingeënt en voor de koningin haar verjaardag wordt gevlagd, van de Pinkstergemeente was en zieke mensen genas. ‘Ooit iemand beter van geworden?’ Niet bij Grijpstra’s weten. Oom Jo, door heiligheid bezeten, praatte soms in vreemde tongen. (J. van de Wetering, Drijflijk, 1993, p. 42)

Gebruiksvoorbeeld: Er zijn geleerden die beweren dat de wereld een tekst is die door hen spreekt (een beetje zoals dwepers die in tongen spreken en beweren dat hun geraas hun van God zelve is ingegeven). (NRC, juni 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Zo, sprekend in tongen, meer dan een tikkeltje aangeschoten, aan de arm van mijn moeder alsof hij niet mijn oom was, haar zwager, maar een oude casanova, eindelijk tot rust gekomen in gezelschap van de vrouw bij wie hij zijn laatste jaren zou slijten, zo verliet oom Herman de bibliotheek om er nooit meer te komen. (M. Möring, In Babylon, 1997, p. 31)

Met twee tongen spreken, dubbelhartig zijn, onbetrouwbaar zijn; twee verschillende, tegenstrijdige opvattingen verkondigen.

Dit kan een algemeen bekend beeld zijn, maar is mogelijk ook beïnvloed door 1 Timoteüs 3:8-9, ‘Evenzo moeten de diakenen waardig zijn, niet met twee tongen sprekende, niet verzot op veel wijn, niet op winstbejag uit, maar het geheimenis des geloofs bewarend in een rein geweten’ (NBG-vertaling). In de NBV luidt het parallelle tekstdeel: ‘Hij moet oprecht zijn’.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 1 Timoteüs 3:8. Desgelijcs, die dienaers sullen redelick zijn, niet met twee tongen sprekende, geen wijnsuypers niet gierich scandelics ghewins. (Statenvertaling (1637): niet twee-tongigh.)

Gebruiksvoorbeeld: In Speed-the-Plow zweemde een secretaresse naar een rol met diepte: een naïeve, blanco vrouw die, misschien, misschien, wie weet, wie weet, met twee tongen spreekt. (NRC, okt. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Maar het zou zuiverder zijn geweest als u had geamendeerd. Dat is het dubbele dat erin zit. Wij krijgen straks natuurlijk een nota van wijziging en de staatssecretaris spreekt op die manier met twee tongen. (Tweede Kamer, nov. 1995)

Vurige tongen, vuurtongen, tongen van vuur, verschijnsel dat plaatsvond bij de uitstorting van de Heilige Geest op Jezus’ discipelen tijdens het Pinksterfeest na zijn dood; (fig.) karakterisering van enthousiasme of hevige pijn.

Over de uitstorting van de Heilige Geest wordt verteld in Handelingen 2:3, ‘Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten’ (NBV). De herkomst van deze uitdrukking is gewoonlijk goed bekend bij de gebruikers, aangezien ze meestal rond Pinksteren en met verwijzing naar dat feest wordt gebruikt.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 2:3. Ende men sach aen hen die tonghen gedeelt als of si vierich hadden geweest, ende sat op eenen yegeliken onder hen. (Statenvertaling (1637): tongen als van vyer.)

Gebruiksvoorbeeld: Veel succes met het barbecue-kampioenschap, en veel vurige tongen! (Paul de Leeuw tegen deelnemers aan het Barbecue-kampioenschap met Pinksteren in Laat de Leeuw, VARA-televisie, 22-5-1999)

Gebruiksvoorbeeld: [Over blaasontsteking:] De pijnlijke, druppelsgewijze productie bij het plassen, de voortdurende aandrang van het moeten, maar niet kunnen. Alsof een vurige tong in mijn kruis was neergedaald -- wat aardig bleek te stroken met het karakter van deze christelijke feestdag. (NRC Handelsblad, 25-5-1999 (de dinsdag na Pinksteren), p. 26)

Gepubliceerd op 11-05-2017