Salomo betekenis & definitie

Salomo, koning van Israël, zoon van David, beroemd om zijn rijkdom en wijsheid; in beeldspraak en vergelijkingen vooral genoemd om zijn wijze oordeel.

Salomonsoordeel, ook Salomo’s oordeel, oordeel in een geschil waarbij recht wordt gedaan terwijl toch beide partijen tevreden worden gesteld; zeer wijs oordeel.

Onder Salomo -- een oudere vorm van de naam luidt Salomon -- raakte Israël tot grote bloei. Hij bouwde een luisterrijk hof en een fraaie tempel en werd ook als auteur van liederen en wijsheidsliteratuur beroemd. Bekend is hij vooral nog wegens zijn oordeel in een geschil tussen twee vrouwen. Zij kwamen aan het hof met een dood en een levend jongetje. De vrouwen woonden in één huis en het kind van een van hen was gestorven doordat zijn moeder ’s nachts op hem gelegen had. Beiden beweerden dat het levende kind van haar was. Koning Salomo velde een beslissend oordeel door om een zwaard te vragen om het levende jongetje in tweeën te snijden; voor elke vrouw de helft. Daarop meldde de echte moeder zich: zij stond liever haar kind af, dan het te zien doorsnijden. ‘Toen geheel Israël het oordeel vernam, dat de koning had uitgesproken, werden zij met ontzag voor de koning vervuld, want zij merkten, dat de wijsheid Gods in hem was om recht te doen’ (1 Koningen 3:28, NBG-vertaling; de NBVheeft ‘vonnis’ in plaats van ‘oordeel’).

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 11166-73. Doe niemen ghent besceden conde. / Besciet die coninc in corter stonde. / Want hi bringhen hiet een suert. / Ende dat kint deelen metter wart. / Mar die moeder diet hadde ghemint. / Seide here laet leuen tkint. / Ende laet dien wiue gheuen. Hets mi ghenoech doch sie ict leuen. (Toen niemand daarover beslissen kon, nam de koning na korte tijd een besluit, want hij beval een zwaard te brengen, en het kind onmiddellijk in tweeën te delen. Maar de moeder, die het liefhad, zei: Heer, laat het kind leven, en laat het aan die vrouw geven. Het is mij immers genoeg als ik het zie leven.)

Gebruiksvoorbeeld: Niet alleen omdat ze zo dicht bij Eulalie stonden, maar ook omdat ze als kroegbazen van Het Blazoen van Blazius neutraal boven het strijdgewoel verheven moesten blijven, zoals Salo¬mon, in de traditie van Vogel-Heyn en Blasius de Bazar. (P. Verhuyck, De doodbieren, 1991, p. 124)

Gebruiksvoorbeeld: [Twee gasten maken ruzie om een stoel:] Hij velde een Salomo’s oordeel door Jasper opdracht te geven de stoel naar de zolder te brengen en zo heeft hij beide partijen tegen zich gekregen. (N. van der Zee, Zuster Juuls Hoofdprijs, 1964, p. 145)

Salomonszegel, plant met witte klokjes, van dezelfde familie als het lelietje van dalen (Polygonatum Mill), met soorten als duinsalomonszegel en veelbloemige salomonszegel.

In de bijbel wordt de tempelbouw door Salomo en alle voorbereidingen daarvoor uitvoerig beschreven; zie onder andere 1 Koningen 5 en 6. Deze eerste tempel voor de God van Israël moest een omvangrijk en rijk versierd gebouw worden waarvoor, getuige de bijbelse verslaggeving, kosten nog moeiten gespaard werden. Aan een van de legenden rond de tempelbouw dankt de salomonszegel haar naam. Op de wortelstokken zag men tekens die men als afdrukken van het zegel van koning Salomo, het hexagram, beschouwde; in feite zijn dit de littekens van afgevallen bladstengels. De wortelstokken hadden volgens de overlevering in Salomo’s tijd magische kracht: ze werden door hem gebruikt om rotsblokken te klieven bij het verzamelen van bouwmateriaal voor de tempel. De Rijmbijbel (1271) heeft een passage, de versregels 11284-87, die enigszins bij genoemde legende aansluit. Hierin vervult een worm de rol van splijtinstrument: ‘Met desen worme segghen si mede. / Dat hi hout ende stene dede. / Scueren ende sceeden so sochte. / Dat men gheen lud horen mochte. (Ze zeggen ook dat hij met deze worm hout en stenen zo geruisloos liet splijten en splitsen, dat men geen geluidje kon horen.).’ De magische wortelstokken dichtte men nog lange tijd het vermogen toe om deuren en sloten te openen en onweer te verdrijven.

De wortel en niet de bloem of het blad hebben de naamgeving bepaald. Dat is verklaarbaar uit de geneeskracht die wortels hadden en waar men in de oudere artsenijkunst gebruik van maakte. De Latijnse apothekersnaam, die waarschijnlijk de oorsprong vormt van de Nederlandse naam, wordt bijvoorbeeld genoemd door L. Fuchs in Den nieuwen herbarius van 1643: Sigillum Salomonis, met als Nederlandse equivalenten Salomons seghel en Witte wortel.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 11700-11703. INt vier iaer van salomons rike. / Begonste hi dien tempel coninclike. / Ende wrochter ouer .vii. iaer. / Ende .vii. maende dat es waer. (In het vierde jaar van de regering van Salomo begon hij op koninklijke wijze aan de tempel, en hij deed er zeven jaar en zeven maanden over, werkelijk waar.)

Gebruiksvoorbeeld: Bij de salomonszegels zijn -- in tegenstelling met het lelietje-van-dalen -- de bladeren over den stengel verspreid. (M.C. Blöte-Obbes, De geurende kruidhof, 1946, p. 45)

Gepubliceerd op 11-05-2017