Ouderling betekenis & definitie

Ouderling, functionaris in de eerste christelijke gemeenten; nu bestuurslid van een protestantse kerkgemeente.

In sommige bijbelvertalingen wordt het woord ouderling gebruikt voor Grieks presbùteroi en Latijn seniores; in andere vertalingen vinden we hiervoor ouders of oudsten (zoals in de NBG-vertaling en in de NBV). Zie bijvoorbeeld Matteüs 27:12 in de Statenvertaling (1637): ‘En als Hij van de overpriesters en de ouderlingen beschuldigd werd, antwoordde Hij niets’. In protestantse kerkgenootschappen is een ouderling een gemeentelid dat samen met enkele anderen de predikant(en) terzijde te staan en toe te zien op een goede gang van zaken binnen de gemeente.

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), Matteüs 27:12. Ende beschuldicht zijnde van de Ouerpriesters ende Ouderlinghen, en antwoorde niet.

Gebruiksvoorbeeld: In een dienst in de Hoogeveense Goede Herderkerk is vrijdagavond de heer C. van Drunen bevestigd als ouderling van de gereformeerde gemeente. (Meppeler Courant, sept. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: De kandidaat was als goede veertiger jong, als voorzitter van het schoolbestuur bekend en als ouderling uit de hervormde kerk een bewaker van de richting, kortom een ideale kandidaat. (NRC, feb. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017