Maria betekenis & definitie

Maria (1), moeder van Jezus.

Mariahartjes, tuinplant met hartvormige bloemen, Dicentra spectabilis L.

‘Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt’ (Matteüs 1:16, NBV). Maria, de moeder van Jezus, figureert niet in bekende uitdrukkingen, ondanks de Mariaverering. Haar naam maakt wel deel uit van vele samenstellingen, zoals Mariaverering, Mariabeeldje, en de plantnamen Mariahartjes en Mariadistel. Mariahartjes worden ook gebroken hartjes genoemd, een sierplant met roze, hartvormige bloemetjes, waaraan een druppel lijkt te hangen en daarom ook wel tranend hartje geheten (Dicentra spectabilis (L.) Lem. De plant komt oorspronkelijk uit het Verre Oosten. De naam verwijst naar het verdriet dat Maria om haar zoon Jezus heeft geleden op verschillende momenten in haar leven (‘de zeven smarten van Maria’).

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 14, 2-3. Jacob wan Joseph, Marien brudegoem, dar Ihesus Christus af geboren wart. (Statenvertaling (1637), Matteüs 1:16, van Maria i.p.v. Marien.)

Gebruiksvoorbeeld: Links op de monitor zie je een boeddha, rechts een Maria met kind. (NRC, maart 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Ook de foto van Margriet Smulders toont aan hoe gemakkelijk het is om met een paar attributen -- rozen en een kindeke -- een Maria te creëren. (NRC, feb. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Het ware Gebroken Hartje is Dicentra spectabilis, met grotere bloemen die meer gelijkmatig langs de stengels verdeeld zijn, als wasgoed aan een drooglijn, en werkelijk op bloedende harten lijken, bekend onder een overvloed van namen waarvan sommige dapper proberen naar een ander universum te ontkomen: Druipend Hartje, Heilige Geestbloemen, Heilig Hart, Mariahartjes, Mariatranen, Oorbelletjes, Reistasjes, Dutchman's Breeches, Lady's Locket. (NRC, maart 1995)

Maria en Marta, zusters van Lazarus van Betanië.

Maria (2), (fig.) vrouw die geduldig luistert en gericht is op geestelijke zaken. Genoemd i.t.t.:

Marta, (fig.) vrouw die voortdurend met zorgende, huishoudelijke taken bezig is en gericht is op praktische zaken.

De oorsprong voor het veelzeggende gebruik van de namen Maria en Marta ligt in een verhaal in Lucas 10:38-40, ‘Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten’ (NBV). Als Marta over Maria’s werkeloos neerzitten klaagt, antwoordt Jezus haar dat zij zich niet druk moet maken over zoveel dingen en dat Maria het goede deel heeft gekozen, dat haar niet meer afgenomen zal worden (Lucas 10:40-42). Nu nog worden deze namen gebruikt om twee tegengestelde levenshoudingen te typeren. Het is waarschijnlijk geen toeval dat de redderende gezusters Hamster in de Fabeltjeskrant Myra en Martha heten; Myra is (onder meer) een anagram van Mary, ‘Maria’.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 23209-13. Dar heftene in haer huvs ontfaen. Martha die suster marien. Ende diendem ende sire partien. Maria sat bi sinen voeten. Ende horde spreken ihesus den soeten. (Daar heeft Marta, de zuster van Maria, hem [t.w. Jezus] in haar huis ontvangen en zij bediende hem en zijn metgezellen. Maria zat aan zijn voeten en hoorde de zoete Jezus spreken.)

Gebruiksvoorbeeld: Hoe is het met je moeder, altijd nog hetzelfde zeker, sloven zonder levensvreugde, het is een echte Martha, een echte Martha, mijn vrouw is een Maria. Vatten doet ze me niet, maar daar is ze een vrouw voor. (M. ’t Hart, Het vrome volk, 1985 (1974), p. 110)

Gebruiksvoorbeeld: Ik zette me ook niet werkelijk in om ervan te maken wat ervan te maken viel. Ondanks al mijn lijdzaamheid in den beginne bleek ik toch niet uit het hout van de dienende Marta’s gesneden te zijn. (C. Eggink, Leven met J.C. Bloem, 1978, p. 106)

Mene tekel

Mene tekel, lett.: God maakt een einde aan uw heerschappij, u bent gewogen en te licht bevonden; (fig.) een dreigende waarschuwing in de vorm van een geheimzinnig teken.

In het bijbelboek Daniël wordt de laatste nacht uit het leven van de Babylonische koning Belsassar beschreven. Bij een enorm feestmaal gebeuren er vreemde dingen: een onzichtbare hand schrijft op de wand een Aramese tekst, die de koning niet begrijpt en zich laat verklaren door de profeet Daniël: ‘Dit is wat er geschreven staat: Mene, mene, tekel ufarsin. En dit is wat het betekent: mene – God heeft de dagen van uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; tekel – u bent gewogen en te licht bevonden; peres – uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven’ (Daniël 5:25-28, NBV). Nog diezelfde nacht wordt koning Belsassar gedood. In het hedendaags Nederlands is een mene tekel nog steeds zoveel als een dreigende waarschuwing, een teken van een naderend onheil, zoals uit het hieronder gegeven citaat uit de NRC duidelijk blijkt. In poëzie vinden we de woorden ook terug. Vgl. de volgende verzen uit het gedicht Onder de Brandaris (1970) van I. Gerhardt: ‘Met interval van donkere seconden / waarin de branding zwaarder schijnt te ruisen / verschijnt een mene tekel op het laken’ (Verzamelde Gedichten, 1980, p. 453). In deze verzen gaat het om het licht van de vuurtoren dat een bepaalde figuur op het laken laat verschijnen. Zie ook Gewogen, Teken.

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), Daniël 5:25. Dat is nu de schrift, die daer verteeckent staet, Mene Mene, Tekel, Upharsiin. (Statenvertaling (1637): Upharsin i.p.v. Upharsiin.)

Gebruiksvoorbeeld: Handen- en voetental / verrichten in de lucht / een klein gebarenspel, een klucht / die hij alleen begrijpen zal; / het mene tekel en getal / van roekeloze hemelzucht. (G. Achterberg, Verzamelde gedichten, 1985 (Glazenwasser, 1949), p. 655)

Gebruiksvoorbeeld: In de beeldvorming is Van Mierlo aan het aftakelen. Van een onbetwiste partijleider is hij aangeland op het niveau van een klungelende minister. Het mene tekel voor hem moet zijn dat hij inmiddels is bekroond als onderwerp van spot. Vorige week won de tekenaar Peter van Straaten de prijs voor de beste politieke tekening van 1994 met Van Mierlo als slachtoffer. (NRC, dec. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017