Geslacht betekenis & definitie

Tot in het derde en vierde geslacht (ook wel met hoger rangtelwoord), tot aan de volgende generaties. Gezegd van het doorwerken van de gevolgen van fouten en misstappen.

Hoe vaak zal het in de wekelijkse kerkdiensten van de kansel geklonken hebben, bij het voorlezen van de Tien Geboden? In de woorden van Exodus 20 (in de NBG-vertaling) luidt de dreiging die op het tweede gebod volgt (‘Gij zult u geen gesneden beeld maken ...’): ‘want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten [...]’ (Exodus 20:5, NBG-vertaling). Nu wordt de uitdrukking nog gebruikt, waarbij men het aantal geslachten soms hoger stelt dan de bijbelse ‘derde en vierde’.

Bijbelcitaat: Leidse vertaling (1899-1912), Exodus 20:5. Op het derde en vierde geslacht mijner haters.

Gebruiksvoorbeeld: Fout blijft fout, maar niet tot in het derde geslacht en niet ter beoordeling van een ‘goed’ dat in deze context uitsluitend gelezen en gewaardeerd dient te worden als ‘niet-fout’. (NRC, jan. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Nog tot in het derde en vierde geslacht hebben de families de schande van de misdaden moeten dragen. (Mare, 12-5-1999, p. 11)

Gebruiksvoorbeeld: [...] dat het betreurt dat in die tijd zoveel Indonesiërs en ook Nederlanders zijn gevallen in wat achteraf gezien moet worden als een tragische broederstrijd. Alleen betwijfel ik dat het een eind zal maken aan die vetes en trauma’s, tenminste niet in het moederland; daar zullen ze vrees ik doorwerken tot in het zevende geslacht. (NRC, okt. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017