Braambos betekenis & definitie

Het brandende braambos of de brandende braamstruik, de brandende, maar niet verterende struik van waaruit God tot Mozes sprak; (fig.) iets wat onbegrijpelijk is en opperste verbazing, eerbied en ontzag wekt.

Mozes is een jonge man uit het Hebreeuwse volk dat in Egypte zucht onder het juk van de slavernij, als hij geroepen wordt (Exodus 3:2-4). De verschijning van God in een brandende braamstruik, die brandt maar toch niet verteert, heeft een historische uitwerking: Mozes stelt zich in dienst van de bevrijding van zijn volk. In de Middeleeuwen werd het verhaal als voorafbeelding gezien van de maagdelijkheid van Maria: zoals het vuur de struik niet verteerde, werd Maria’s maagdelijkheid niet aangetast door haar zwangerschap. Nu wordt het brandende braambos, vooral in literair taalgebruik, genoemd als iets mysterieus waar men vol eerbied bij zwijgt. Het woord braambos is verouderd buiten de bijbelse context en in jongere vertalingen zoals de NBG-vertaling (1951) vervangen door braamstruik; de NBV heeft hier en bij latere verwijzingen naar dit gebeuren het minder specifieke doornstruik.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Exodus 3:4. Ende siet de braem-bosch brandde in 't vyer, ende de braem-bosch en wiert niet verteert

Gebruiksvoorbeeld: Toch geeft het lezen van dat gedicht precies de sensatie die ik bedoel: men staat voor het brandende braambos en ontschoeit zijn voeten. (NRC, apr. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Mijn houding suggereerde, dat ik naar hem opzag, mond open in verbijsterde bewondering als Mozes voor de brandende braamstruik. (A. Japin, De zwarte met het witte hart, 1998 (1997), p. 129)

Gebruiksvoorbeeld: Je kijkt ze recht aan. Je kijkt ze aan alsof je ze wilt hypno¬tiseren. Alsof je een brandende bramenstruik ziet. Zo doe je dat. (A. Grunberg, De heilige Antonio, 1998, p. 86)

Gepubliceerd op 11-05-2017