Blind betekenis & definitie

Ziende blind en horende doof, met een goed gezichtsvermogen en gehoor gezegend, maar niet in staat of van zins het wezenlijke te onderscheiden. Ook wordt de verbinding in omgekeerde volgorde of met een van beide delen geciteerd.

Jezus spreekt tot de mensen in gelijkenissen ‘omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen’ (NBV). Hier past de NBV zich aan bij het moderne taalgebruik; andere vertalingen hebben vrijwel allemaal ‘ziende niet zien, en horende niet horen’ e.d. De hierboven gegeven betekenis geldt niet voor het onderstaande citaat van Wolkers waar de spreker bedoelt dat hij wat hij ziet en hoort niet zal doorvertellen. Een ongetwijfeld opzettelijke verwisseling vinden we bij Boon: ‘Is hij nu ziende doof en horende blind geworden, dat hij niet opmerkt dat het hoofdmotief bijlange niet die 1 mei is?’ (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956), p. 194).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 13:13. Daer omme spreke ic tot hen door gelikenisse, want met sienden oogen en sien si niet, ende met hoorenden ooren en hooren si niet. (Statenvertaling (1637): om dat sy siende niet en sien, ende hoorende niet en hooren, noch oock verstaen.)

Gebruiksvoorbeeld: Hiermede verklaar ik, Leendert Hendrikus Simons, geboren op 26 oktober 1925 te Rijswijk, dat ik alles wat ik hier hoor of zie als een geheim in het graf mee zal nemen. Dat ik ziende blind en horende doof zal zijn tot aan mijn laatste ademtocht. (J. Wolkers, Alle verhalen, 1981, p. 353)

Gebruiksvoorbeeld: Het meest verontrustende was dat de regering vooraf tal van negatieve signalen had ontvangen. Maar wij waren horende doof en ziende blind. (NRC, feb. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Hij zag haar gezicht alsof hij het voor ’t eerst zag, het was hard en koud, zonder de geringste liefde voor hem. Ze zei: Heb je ’t eindelijk gezien, het is anders makkelijker om ziende blind te zijn... . (A. Blaman, Overdag en andere verhalen, 1957, p. 109)

De lamme leidt de blinde, twee hulpbehoevenden helpen elkaar zo goed en zo kwaad als het gaat.

‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil?’ (NBV). Dit is de retorische vraag van Jezus ter introductie van de gelijkenis van de balk en de splinter in Lucas 6:39. De zegswijze hierboven wijkt hiervan af in vorm en betekenis, en bijbelse herkomst is dan ook niet met zekerheid vast te stellen.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 108, 20-21. Mar alse de blinde den blinden leidt, so uallense beide in den putte.

Gebruiksvoorbeeld: ‘We zijn maar ’n paar zielige mensen, zo met zijn tweeën,’ zei ze constaterend, ‘de lamme die de blinde leidt...’. (M. Dendermonde, De dagen zijn geteld, 1973 (1955), p. 87)

Gebruiksvoorbeeld: Als ik uitga met Norbert Elias die nu achtentachtig is, weinig hoort en nog minder ziet, zijn we net de lamme en de blinde zodat je niet ziet wie van ons wie het meeste nodig heeft om in het restaurant bij het gewenste tafeltje te geraken. (R. Rubinstein, 1986 (1985), p. 91)

Met blindheid slaan, blind maken; (fig.) met gebrek aan inzicht treffen.

In Deuteronomium wordt duidelijk gemaakt, dat, indien het volk niet naar zijn God luistert, het vervloekt zal worden en door vreselijke rampen getroffen. In de opsomming van deze rampen komt ook het slaan of treffen met blindheid in de zin van ‘wegnemen van inzicht’ voor. Andere passages, Genesis 19:11 en Zacharia 4:4, betreffen fysieke blindheid.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Deuteronomium 28:28. De HEERE sal u slaen met onsinnigheyt, ende met blintheyt, ende met verbaestheyt des herten.

Gebruiksvoorbeeld: Als Bomhoff schrijft dat ‘wij wellicht van de Chinese traditie kunnen leren’ dan moet hij wel geslagen zijn met blindheid. (NRC, jan. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Het dier [...] / dat beter ziet wanneer het met blindheid geslagen is. (H. Andreus, Verzamelde gedichten, 1983 (Moderne ballade van een uit de lucht gevallen geliefde, 1958), p. 422)

Gepubliceerd op 11-05-2017