Besnijden betekenis & definitie

Besnijdenis, in de bijbel het wegsnijden van de voorhuid van de jongens van het joodse volk als teken van het verbond tussen de gelovigen en hun God; daarbuiten ook van toepassing op het vergelijkbare ritueel bij Moslimjongens en –meisjes, bij wie delen van de geslachtsdelen worden weggesneden.

Besneden, van de voorhuid ontdaan, zowel gezegd van de persoon als van het geslachtsdeel.

Het woord besnijden met afleidingen in de specifieke rituele betekenis heeft ongetwijfeld via de bijbel en verwante teksten in het Nederlands rechten verworven. In de bijbel wordt deze voor het volk van Israël verplichte behandeling voor het eerst genoemd in Genesis 17:10-12 waarin God een verbond met Abraham sluit: ‘In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is’ (NBV). Het citaat uit Exodus betreft de min of meer onder druk verrichte besnijdenis van de zoons van Mozes, waar zijn vrouw Zippora niet gelukkig mee leek te zijn. Zie ook Voorhuid.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 21342-44. Ten .viij.tende daghe so waest / Tkint besneden. / Ende men hiet ihesus dar ter steden. (Op de achtste dag werd het kind besneden, en men noemde het toen Jezus.)

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Exodus 4:26. Doe seyde sy, Bloet-bruydegom, van wegen de besnijdenissen.

Gebruiksvoorbeeld: Hun muziek [van de Bantavolkeren in de Centraalafrikaanse Republiek] voor ceremonies als besnijdenis, huwelijk en begrafenis. (De Standaard, dec. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Ik weet nog dat ik voor de eerste keer een besneden lul zag. Ik had zoiets van: ‘hé, er klopt hier iets niet’. (Playboy, okt. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017