Berg betekenis & definitie

Bergen verzetten, het schijnbaar onmogelijke doen, vaak onder inspiratie van een geloof of ideaal; (in een verzwakte betekenis) een flinke inspanning leveren.

Al in de bijbel, in het Nieuwe Testament, wordt deze uitdrukking figuurlijk gebruikt om uit te drukken waartoe het ware geloof de mens in staat stelt. In het Oude Testament is het God die bergen verzet; Job noemt dit bewijs van Gods grote macht in zijn repliek op de rede van een van zijn vrienden, Bildad (Job 9:5, Statenvertaling, 1637). De moderne vertalingen zijn meestal tot het meer letterlijke bergen verplaatsen e.d. overgegaan; de NBV heeft verzetten helemaal niet meer in deze uitdrukking.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 1 Korintiërs 13:2. Al conste ick propheteren, ende wiste alle verholentheit, ende alle kennissen, ende hadde alle gelooue also dat ick berghe versette, ende en hadde die liefde nyet, so en ware ic niet.

Gebruiksvoorbeeld: ‘Ik drink op de mensen die bergen verzetten’ dateert uit 1978 uit Van Vliets show Vandaag of Morgen. (Meppeler Courant, jan. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Na de vakantie had hij het gevoel of hij weer bergen kon verzetten. (Gehoord, jaren ’90)

Gebruiksvoorbeeld: Er moet méér zijn en wel: iets dat door geen enkel moordzuchtig regime kan worden onderworpen, namelijk: geloof, dat bergen verzet. (Langs wegen van barmhartigheid. Gesprekken met bisschop Bär, 1996, p. 26)

Bergrede, naam van de rede die Jezus op een berg hield over de belangrijkste punten van zijn leer, waaronder de zorg voor de armen; (fig.) rede over sociale politiek.

Matteüs introduceert als volgt zijn weergave van Jezus’ rede in de hoofdstukken 5-7: ‘Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen: [...]’ (Matteüs 5:1-2, NBV).

Het woord Bergrede is pas later toegekend aan de toespraak, waarschijnlijk in de vorige eeuw; men gebruikte toen ook de term Bergpreek. Bergrede was onder andere de benaming van een toespraak van de christelijke politicus W. Aantjes, die vooral over sociale rechtvaardigheid in de politiek handelde.

Gebruiksvoorbeeld: Heerma voelde zich aangesproken door AR-politici als Biesheuvel, Berghuis en Aantjes die in zijn Bergrede de overheid ten tonele voerde als ‘schild van de zwakken’. (NRC, feb. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Op het congres van Epinay in 1971, waar hij [Mitterand] de vele socialistische stromingen wist samen te brengen in één Parti Socialiste onder zijn leiding, sprak hij over de ‘ware vijand, de macht van het geld, het geld dat corrumpeert, geld dat koopt, geld dat vermorzelt, geld dat doodt, geld dat ruïneert en geld dat zelfs het geweten van de mensen verziekt.’ Die beroemde toespraak was zijn bergrede. (De Volkskrant, 3-6-1999)

Gepubliceerd op 11-05-2017