Wat is de betekenis van zwaarlijvig?

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zwaarlijvig

zwaarlijvig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van groot lichaamsgewicht Woordherkomst Samenstellende afleiding van zwaar en lijf met het achtervoegsel -ig Synoniemen dik, vet

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zwaarlijvig

zwaarlijvig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: zwaar-lij-vig 1. erg breed of met een grote omvang ♢ Piet is een zwaarlijvige man Bijvoeglijk naamwoord: zwaar-lij-vig ... is zwaarlijviger dan ... ...

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zwaarlijvig

adj., bûkich, grou, swier.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zwaarlijvig

bn. (-er, -st), dik van lichaam, gezet. ZWAARLIJVIGHEID, v.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

zwaarlijvig

bn. (dik van lichaam; zeer gezet): een zwaarlijvig heer.

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

zwaarlijvig

(zwartlijvəch) bn. en bw. (-er, -st) zwaar, gezet van lijf, lichaam : een heer. Syn. → dik.

2024-02-29
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

zwaarlijvig

bn. (-er, -st), dik van lichaam, gezet. → vetzucht.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

ZWAARLIJVIG

ZWAARLIJVIG, bn. (-er, st), dik van lichaam, gezet. ZWAARLIJVIGHEID, v.

2024-02-29
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Zwaarlijvig

zie Dik.