Wat is de betekenis van zwaarlijvig?

2019
2022-08-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zwaarlijvig

zwaarlijvig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van groot lichaamsgewicht Woordherkomst Samenstellende afleiding van zwaar en lijf met het achtervoegsel -ig Synoniemen dik, vet

Lees verder
2018
2022-08-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zwaarlijvig

zwaarlijvig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: zwaar-lij-vig 1. erg breed of met een grote omvang ♢ Piet is een zwaarlijvige man Bijvoeglijk naamwoord: zwaar-lij-vig ... is zwaarlijviger dan ... ...

Lees verder
1973
2022-08-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zwaarlijvig

bn. (-er, -st), dik van lichaam, gezet. → vetzucht.

1952
2022-08-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zwaarlijvig

adj., bûkich, grou, swier.

1950
2022-08-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zwaarlijvig

bn. (-er, -st), dik van lichaam, gezet. ZWAARLIJVIGHEID, v.

1937
2022-08-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zwaarlijvig

bn. (dik van lichaam; zeer gezet): een zwaarlijvig heer.

1898
2022-08-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZWAARLIJVIG

ZWAARLIJVIG, bn. (-er, st), dik van lichaam, gezet. ZWAARLIJVIGHEID, v.

1898
2022-08-17
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zwaarlijvig

zie Dik.