Wat is de betekenis van zwaar?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zwaar

zwaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. van groot gewicht 2. van grote moeilijkheidsgraad evolutie vindt plaats als de dieren het zwaar hebben Antoniemen licht

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zwaar

zwaar - bijvoeglijk naamwoord 1. met veel gewicht ♢ deze koffer is zwaar 1. er zwaar aan tillen [het als een groot bezwaar zien] 2. wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen...

Lees verder
1998
2020-11-26
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Zwaar

1. een zware/lelijke pijp roken, gezegd wanneer iets iemand zuur zal opbreken, wanneer hij iets onaangenaams zal ondervinden. De uitdr. is al vrij oud (o.a. terug te vinden bij Stoett). Een zware pijp roken is homoslang voor ‘fellatio beoefenen op een groot lid’. Als we in triomf de Gordel van Smaragd hadden bevrijd van een inktzwarte vijand. Dan z...

Lees verder
1998
2020-11-26
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

zwaar

Van een hand: relatief veel punten bevattend. De term ‘zwaar’ wordt vooral gebruikt wanneer de kracht van de hand in het bieden nog onvoldoende tot uitdrukking is gebracht (onderbieden). Ook een bieding kan ‘zwaar’ zijn, bijvoorbeeld een opening van één in een kleur op twintig punten of een ‘pas’ met negen punten op een 1SA-opening (15-17) van de p...

Lees verder
1977
2020-11-26
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

zwaar

zwaar - zwanger (vgl. vol.)Rits Aaltje wiert met kindt door haar ontugtig leven ... S’is klein, en zy gaat groot, 't is zwaar, en zy is ligt, Koddige Opschriften I, 67 [1698-1700].

1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zwaar

bn. en bw. (-der, -st), 1. veel wegend: lood en goud zijn -; dat schip is geladen, met een zware last; 2. stevig, dicht, dik: — linnen; (bouwkunst) zware wapening, wapening met veel staal; het zware wapen, de artillerie; zware wapens, met grote uitwerking; — geschut, grof geschut (ook fig.); de grond bemesten, er veel meststof inbrenge...

Lees verder
1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZWAAR

ZWAAR, bn. bw. (-der, -st), zwaartekracht hebbende: alle lichamen zijn zwaar; tien pond zwaar; hoe zwaar weegt gij?; — betrekkelijk veel wegende: lood en goud zijn zwaar; een zware last; zwaar geschut, grof geschut; een zwaar gewicht; zwaar geld, groote geldstukken, groote geldsommen; dat schip is zwaar geladen, met een zwaren last; —...

Lees verder
1898
2020-11-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zwaar

zie Hard.