Wat is de betekenis van zowel?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zowel

vw. van modaliteit, ter uitdr. van overeenkomst, evenzeer (als): zowel de mannen als de vrouwen ; hij is zowel schuldig als zijn broeder ; het een zowel als het ander; het is zowel onbillijk als onjuist.