Wat is de betekenis van zoutzak?

2026-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zoutzak

(-ken), 1. m., zak voor of met zout; 2. m. en v., iem. die als een zak zout in elkander zakt, die niet rechtop zit, of die niet flink is, geen energie betoont.

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

zoutzak

zak voor zout. zak om zout in te doen; zak gevuld met zout. Voorbeelden: De Duitse filmmaakster Ulrike Koch portretteerde de zoutwinning in Tibet. We zagen mannen met doorgroefde gezichten met yaks naar zoutmeren trekken, om drie maanden later met zoutzakken terug te keren. http://www.cine-utopia.nl/films.php?id=426, 2004 De...