Zoutzak
(-ken), 1. m., zak voor of met zout; 2. m. en v., iem. die als een zak zout in elkander zakt, die niet rechtop zit, of die niet flink is, geen energie betoont.
Van Dale Uitgevers (1950)
(-ken), 1. m., zak voor of met zout; 2. m. en v., iem. die als een zak zout in elkander zakt, die niet rechtop zit, of die niet flink is, geen energie betoont.
Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?
Word vriendOf oriënteer eerst en blader door onze categorieën
Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang
Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)
zak voor zout. zak om zout in te doen; zak gevuld met zout. Voorbeelden: De Duitse filmmaakster Ulrike Koch portretteerde de zoutwinning in Tibet. We zagen mannen met doorgroefde gezichten met yaks naar zoutmeren trekken, om drie maanden later met zoutzakken terug te keren. http://www.cine-utopia.nl/films.php?id=426, 2004 De...
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen:
Sluit je aan bij 1.387 vrienden die Ensie steunen
Voer je e-mailadres in om verder te gaan of Login