Zoon
m. (-s, zonen), 1. kind van het mannelijk geslacht : mevrouw B. beviel Zondag van een welgeschapen zoon ; — zulk een kind in betrekking tot zijn vader of moeder: haar oudste zoon ; hij is enige zoon; volwassen, getrouwde zoons; — hij is de zoon van zijn vader, aardt naar zijn vader ; — de zoon van mijn (zijn)...