Wat is de betekenis van zondvloed?

2018
2021-08-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zondvloed

zondvloed - zelfstandig naamwoord uitspraak: zond-vloed 1. enorme overstroming waarmee God de mensen strafte ♢ bij de zondvloed bleef alleen een ark met dieren gespaard 1. na ons de zondvloed! [we...

Lees verder
1998
2021-08-03
Riemer Reinsma

Gezegden

ZONDVLOED

NA ONS DE ZONDVLOED BETEKENT: wie dan leeft, die dan zorgt. Het spreekwoord is een vertaling van apres nous le déluge. Deze woorden zouden zijn gesproken door mevrouw De Pompadour (1721-1764). Ze zei het vlak nadat het gecombineerde Frans-Oostenrijkse leger verslagen was door dat van Pruisen. De veldslag had op 5 november 1757 plaats gevonde...

Lees verder
1992
2021-08-03
Symbolen

Hans Biedermann

zondvloed

eigenlijk ‘grote vloed’, later in verband met ‘zonde’ gebracht; een overstromingsramp die bijna de hele mensheid uitroeit. Dit met symboliek beladen mythische motief, bekend uit de bijbel, vindt men al terug in het SoemerischBabylonische Gilgamesj-epos, waarin de held op het Eiland der zaligen Dilmoen de overlevende aantreft...

Lees verder
1981
2021-08-03
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

zondvloed

(letterlijk: grote vloed), volgens de bijbel de grote watervloed die de aarde in de verre Oudheid heeft overspoeld ten gevolge van de zondigheid der mensen. Over deze straf wordt verhaald in Genesis 6-9.

1980
2021-08-03
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Zondvloed

Een der bedriegelijkste woorden in het Nederlands is het woord zondvloed. Het lijkt zo eenvoudig en doorzichtig: de vloed die de aarde overstroomde als straf voor de zonden der mensen, zoals beschreven in het boek Genesis. Toch is deze verklaring onjuist, hetgeen blijkt uit oude vormen.Er was vroeger een voorvoegsel zene- of senedat een versterkend...

Lees verder
1973
2021-08-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zondvloed

[<Oudhd. sin vluot, grote vloed], m., 1. geweldige, grote vloed (e); (scherts.) dat is nog van voor de —, zeer ouderwets; 2. allesoverstelpende vloed, massa van iets: de oorlog bracht een — van leed. (e) De zondvloed is een overlevering bij vele (ook ver van elkaar verwijderd wonende) volken aangaande een reusachtige overstroming d...

Lees verder
1955
2021-08-03
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ZONDVLOED

is de naam van de grote watervloed waardoor, volgens het uitvoerigste verhaal der bijbelse oergeschiedenis (Genesis 6-9 : 17), heel de aarde overstroomd en heel de mensheid verdelgd werd. Slechts Noë met zijn gezin en specimina van alle diersoorten werden door middel van de „ark”, een vaartuig van 150 bij 25 bij 15 meter, gered. Da...

Lees verder
1952
2021-08-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zondvloed

s., sûndfloed.

1950
2021-08-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zondvloed

m., 1. geweldige, grote vloed die, volgens het bijbelverhaal (Gen. 7) ten tijde van Noach de wereld met al wat er op was verzwolg, wegens het zondige leven der mensen; alleen de Ark van Noach bleef gespaard; (scherts.) dat is nog van vóór de zondvloed, zeer ouderwets ; 2. (oneig.) alles overstelpende vloed, massa van iets: ...

Lees verder
1949
2021-08-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Zondvloed

(naar oud-Hoogduits „Sin-fluot”, grote vloed), in talrijke oude sagen een geweldige overstroming, waaraan op enkelen of slechts één na alle mensen ten offer vielen. Het meest aan het bijbelse verwant is het Babyl. Z.-verhaal in het Gilgamesjepos, waarin Oetnapisjtim de rol van Noach vervult. Dit laatste draagt echter een m...

Lees verder
1933
2021-08-03
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Zondvloed

groote overstrooming tengevolge v/e 40 dagen aanhoudenden zwaren regenval, waarvan i/d Bijbel (Genesis 6—8) verhaald wordt en waardoor alle leven op aarde verdelgd werd, uitgezonderd Noach en de zijnen, die hun toevlucht vonden i/d op Gods bevel gebouwde ark.

1933
2021-08-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zondvloed

(Oud-Hoogd. sinfluot = groote vloed). In het Oude Testament. De z. is de overstrooming der aarde tot straf voor de bedorvenheid van het menschdom (Gen.6.1 tot 7.23). Noë met zijn vrouw en hun drie zonen, Sem, Cham en Japhet met hun vrouwen worden gered in de → ark, die Noë op bevel Gods bouwde. Het tijdstip van den z. is uit bijbels...

Lees verder
1928
2021-08-03
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Zondvloed

Zie: Ark en Noach.

1919
2021-08-03
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Zondvloed

het eerst in de 16e eeuw voorkomend als sintvloed, ontleend aan het hgd. Sündflut, dat zelf door volksethymologie is ontstaan uit een woord, waarvan het eerste deel niet Sünd, maar Sint of liever Sin luidde, dat in het ndl. o. a. nog overig is in Senegroen, een vertaling van het lat. sempervicum (verg. eng. evergreen), benaming van de pot...

Lees verder
1916
2021-08-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Zondvloed

Zondvloed - als benaming afkomstig van het oud-Germaansche sint-fluot = groote vloed, is de overstrooming der aarde, welke volgens den Bijbel Gen. 6 en 7 plaats heeft gehad ten tijde van Noach tot straf van de zonden der menschen. Alleen Noach en zijn gezin werden voor deze algemeene overstrooming gespaard ; het verhaal van den z. vindt men niet sl...

Lees verder
1898
2021-08-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZONDVLOED

ZONDVLOED, m. geweldige, groote vloed die, volgens het Bijbelverhaal, ten tijde van Noach de wereld met al wat er op was verzwolg wegens het zondige leven der menschen; alleen de Arke Noachs bleef gespaard; — (scherts.) dat is nog van vóór den zondvloed, nog zeer ouderwetsch.

Lees verder
1870
2021-08-03
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Zondvloed

Zondvloed is de naam van een grooten watervloed, die volgens het berigt van Mozes (Genesis VI) in de dagen van Noach geheel het schuldige menschdom met uitzondering van laatstgenoemde en zijn huisgezin vernietigde. De naam is intusschen niet afkomstig van het woord zonde, maar van het oud-Germaansche Sint-fluot (Groote vloed). Het is zeer merkwaard...

Lees verder