Wat is de betekenis van zonderling?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zonderling

I. bn. bw. (-er, -st), vreemd, niet alledaags, ongewoon: zonderlinge vormen, gewoonten ; een zonderling mens ; zich zonderling kleden ; — praedicatief: dat is zonderling; zonderling!; — zelfst.: het is niets zonderlings ; wat is daar voor zonderlings aan ? II. zn. m. en v. (-en), zonderling mens, iem....