Wat is de betekenis van zonderling?

2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zonderling

zonderling - Bijvoeglijk naamwoord 1. bij alle anderen bevreemding opwekkend Hij maakte een zonderlinge indruk. zonderling - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die los van de samenleving leeft en bevreemding opwekt Hij is altijd al een beetje een z...

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zonderling

zonderling - zelfstandig naamwoord uitspraak: zon-der-ling 1. iemand die er gewoontes op nahoudt die anderen ongepast vinden ♢ haar broer is een echte zonderling Zelfstandig naamwoord: zon-der-ling de zonderling...

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zonderling

I. bn. en bw. (-er, -st), vreemd, niet alledaags, ongewoon: een — mens, wat is daar voor zonderlings aan? II. zn. m. (-en), zonderling mens, excentriek: hij is zeer eenzelvig, een — bijna.

Lees verder
1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zonderling

s., sûnderling, aparteling, nuverling, nueteling; een —, in nuverenien, aparten-ien, nueten-ien, in nuvere rare apostel, in man pp himsels.

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zonderling

I. bn. bw. (-er, -st), vreemd, niet alledaags, ongewoon: zonderlinge vormen, gewoonten ; een zonderling mens ; zich zonderling kleden ; — praedicatief: dat is zonderling; zonderling!; — zelfst.: het is niets zonderlings ; wat is daar voor zonderlings aan ? II. zn. m. en v. (-en), zonderling mens, iem....

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zonderling

1. bn., bw. (vreemd, vreemdsoortig; buitenissig, excentriek): zonderlinge gebeurtenissen; die man doet zonderling, ongewoon; 2. m. en v. zonderlingen (persoon, die vreemd doet): uw oom is een zonderling; voor het vr. ook zonderlinge; die dame is een zonderling.

Lees verder
1933
2023-02-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zonderling

of singulier wordt steeds in ongunstigen zin gebruikt. Zonderling noemen we wat niet maar alleen ongewoon is, maar wat grillig is, regelmaat en proportie mist. Het komt ten slotte daarop neer, dat het zonderlinge het stempel mist van de ordenende rede, die alles naar maat en evenwicht bestelt. Aan het zonderlinge ontbreekt daarom het grondvereischt...

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

zonderling

(’zondərling) 1. bn. en bw. (-er, -st) afwijkend van het gewone: een mens; iets -s; doen Syn. →: bevreemdend. 2. m. en v. (-en) zonderling mens : wat is dat voor een -! de spelen, zich zonderling voordoen.

Lees verder
1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Zonderling

Het begrip zonderling heeft 2 verschillende betekenissen: 1. zonderling - ZONDERLING, bn. bw. (-er, -st), vreemd, niet alledaagsch, ongewoon: het is niets zonderlings; een zonderling mensch, zich zonderling kleeden. ZONDERLINGHEID, v. 2. zonderling - ZONDERLING, m. en v. (-en), zonderling mensch : den zonderling spelen, zich vreemd voordoen. ZONDE...

Lees verder
1898
2023-02-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zonderling

zie Bijzonder.