Wat is de betekenis van zoetelaar?

2019
2021-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zoetelaar

zoetelaar - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert Maar de zoetelaar is plots verdwenen achter de wagen. Ineens komt hij vanachter de wagen, grijpt de wachter bij de kraag en 't kruis en gooit hem over de slotmuur in de diepe, brede gracht....

Lees verder
1993
2021-06-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Zoetelaar

iemand die versnaperingen verkoopt in het leger; marketenter

1952
2021-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zoetelaar

s., sutel(d)er.

1950
2021-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zoetelaar

m. (-s, ...laren), marketenter; — (gew.) iem. die bij boelhuizen e.d. meteen tafeltje staat en sterkedrank enz. verkoopt.

1919
2021-06-25
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Zoetelaar

handelaar in eet- en drinkwaren, in den regel een, die het leger volgt; ook het ww. zoetelen voor het handeldrijven zelf, was in gebruik; in ’t mnl. nog niet; het moet ontleend zijn, waarsch. ten gevolge van Duitsche huurtroepen in ons land. Het mnd. kent suteler, sutteler en sudeler — ons zoetelaar, het mhd. sudel, sudeler — gaar...

Lees verder
1898
2021-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZOETELAAR

ZOETELAAR, m. (-s, ...laren), marketenter. ZOETELAARSTER, v. (-s), marketentster; (gew.) die op erfhuizen enz. met een tafeltje staat en sterken drank enz. verkoopt.

Lees verder