Wat is de betekenis van Zoen?

Synoniemen van Zoen

2020
2020-11-24
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

zoen

Het begrip zoen heeft 2 verschillende betekenissen: 1) aanraking met de lippen. aanraking met de lippen, in het bijzonder van iemands mond of wang, bij wijze van groet of felicitatie, als teken van liefde of ter verzoening; kus. 2) verzoening. herstel van een verstoorde relatie; verzoening; het sluiten van vrede. Dit is de oorspro...

Lees verder
2020
2020-11-24
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Zoen

Een zoen is het aanraken van de lippen met iets anders. Meestal is dat een persoon. Een zoen wordt ook wel een kus genoemd. Een zoen kent verschillende uitingsvormen. Vaak wordt een zoen of een kus als vorm van begroeting gebruikt, waarmee de lippen de wang van iemand anders een tot drie keer aanraken. Maar ook is een zoen vaak een uiting van liefd...

Lees verder
2019
2020-11-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zoen

zoen - Zelfstandignaamwoord 1. het met de lippen aanraken van een persoon of een voorwerp 2. (geschiedenis) verzoening, vrede (zie bijv. zoenoffer) zoen - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoenen ♢ Ik zoen 2. gebiedende wijs van zoenen ...

Lees verder
2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zoen

zoen - zelfstandig naamwoord 1. aanraking met de lippen als groet of teken van liefde ♢ oma gaf mij een dikke zoen Zelfstandig naamwoord: zoen de zoen de zoenen het zoentje...

Lees verder
1977
2020-11-24
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

zoen

zoen - kus; vroeger ook eufemistische aanduiding voor de geslachtsdaad. Mijn Wijf is jong, en ik ben oud, ... Mijn Wijf eyst vaak een frisse zoen Regt op gebiegt, ik kan ‘t niet doen, Pans Fluitje 182 [1675]. Wanneer hij nu bij mij, zooals hij dat noemde, een zoentje kwam halen, ‘t zij in de mangel- of provisiekamer, HANSIE, Nachtboek v...

Lees verder
1973
2020-11-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zoen

m. (-en), 1. (hist.) verzoening; vrede; verzoeningsovereenkomst, inclusief het erbij horende ceremonieel, dat een vete beëindigde; 2. boetedoening; 3. zoengeld; 4. kus.

Lees verder
1939
2020-11-24
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Zoen

Lippen kwartet.

1921
2020-11-24
Levende taal

T. Pluim - 1921

Zoen

(verzoening), van een oud woord, dat herstellen beteekende; vandaar: een misdaad zoenen door boete, enz. herstellen. Bij de verzoening werd als kenmerkend teeken een kus gegeven; vandaar dat zoen later ook kus beteekende.

1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Zoen

Het begrip zoen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. zoen - ZOEN, in. (-en), kus. ZOENTJE, o. (-s), kleine zoen. 2. zoen - ZOEN, m. verzoening, het vrede maken of sluiten; tot zoen harer misdaad; (fig.) verbetering; — (zeew.) het biedt geen zoen, het weer wil niet bedaren.

Lees verder