2019-10-16

zitting

zitting - Zelfstandignaamwoord 1. het gevoerde deel van een stoel waarop men zit Deze zitting moet opnieuw gestoffeerd worden. 2. de tijd dat een raad of ander lichaam werkzaam bijeen is De koningin opende de zitting van het parlement. 3. ~ nemen in ergens toe toetreden 4. Een afdichtvlak in een klep of kraan, klepzitting Woordherkomst Naamwoord van handeling van zitten me...

2019-10-16

zitting

Gedeelte van een parentoernooi, doorgaans bestaande uit verscheidene ronden.

2019-10-16

zitting

zitting - zelfstandig naamwoord uitspraak: zit-ting 1. gedeelte van een stoel of voertuig waar je zitvlak op rust ♢ de zitting van deze stoel is kapot 2. vergadering van een bestuur, college of rechtbank ♢ op de zitting vandaag zal de advocaat hem verdedigen Zelfstandig naamwoord: zit-ting de...

2019-10-16

ZITTING

ZITTING, v. (-en), vergadering, bijeenkomst: zitting houden, vergaderd zijn; — zitting nemen, voor het eerst eene vergadering als lid bijwonen; — zitting met gesloten deuren; geheime zitting, comité generaal; — tijdperk van de opening tot de sluiting eener (inz. wetgevende) vergadering: deze zitting der Staten-Generaal was weinig vruchtdragend; — tijd tot het verrichten van iets besteed : de dokter houdt heden zitting; — zitplaats, stoel, bank; — bekleedsel van stoelen (b.v. van tri...

2019-10-16

Zitting

Zitting - vergadering. Bij de Staten-Generaal onderscheidt men echter vergaderingen en zittingen. De eerste zijn de afzonderlijke bijeenkomsten ; de z. omvat de geheele periode, dat de Kamers tot bijeenkomen bevoegd zijn. De zittingen worden in vereenigde vergadering der beide Kamers door den Koning of door een Commissie van Zijnentwege geopend. Zij wordt op dezelfde wijze gesloten, wanneer Hij oordeelt, dat het belang van den Staat niet vordert haar te doen voortduren (art. 104 Grw.). De Staten...