Wat is de betekenis van zitten?

2024-04-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

zitten

1) (1972) (euf.) voor het raam zitten; in de prostitutie werken. • Af en toe liet ze de vrouwen in het café vragen, of ik bij haar wilde komen, als ze ‘zat’. (Hermine Heijermans: Nog meer minnaars en vele lichte vrouwen. 1972) • Wat is er in godsnaam met die man, dat de vrouwen zo laveloos zijn, dat ze voor hem ‘...

2024-04-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zitten

zitten - Werkwoord 1. (inerg) op het zitvlak rusten Ik heb lekker in het zonnetje gezeten. Er wordt zelden op die stoel gezeten. 2. ergatief zetelen, plaats genomen hebben Hij was gezeten op een...

2024-04-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zitten

zitten - onregelmatig werkwoord uitspraak: zit-ten 1. daar zijn ♢ hij zit boven 1. in het bestuur zitten [bestuurslid zijn] 2. op voetbal zitten ...

2024-04-16
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

zitten

1. Verdeeld zijn (bij de tegenpartij), zoals in: ‘De schoppen zitten vier-een.’ Soms wordt ‘zitten’ als synoniem gebruikt voor rond zitten. 2. Gesitueerd zijn (bij een bepaalde tegenstander), zoals in: ‘Schoppen heer zat fout.’ 3. Gezeten zijn (in een bepaalde windrichting). 4. Zich bevinden (in een contract). 5. Niet bewegen; synoniem voor geslach...

2024-04-16
Jargon & Slang van Prostituees en pooiers

Marc De Coster (2017)

Zitten

Zitten - voor geld zitten: zich prostitueren.

2024-04-16
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

zitten

Dan heb ik het zitten (baal ik).

2024-04-16
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

zitten

- ik heb het zitten, ik heb het te pakken, ik zit ermee, ik ben de dupe. - ik zit erdoor, ik kan niet meer, ik ben aan het eind van mijn krachten. - er zit niet veel in, gezegd van personen die niet van aanpakken weten. - er voor iets tussen zitten, er iets mee te maken hebben. Zaterdag was de opkomst wat minder, maar d...

2024-04-16
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Zitten

zie ook het zit er aan te komen (aankomen). 1. daar zit ik toch niet mee, onder (Amsterdamse) scholieren vaak geroepen als een leerling de klas uitgestuurd dreigt te worden. 2. dat zit nog, dat staat nog lang niet vast. Informele uitdr. 3. ergens mee-, ergens problemen mee hebben. Deze uitdr. kan men tegenw. nog moeilijk als informeel beschouwen. Z...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-16
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

zitten

Een correspondent uit Gelderland kent in 1974 de verwensing ga maar op de blauwe steen zitten! met de betekenis ‘vlieg op, verveel me niet’. Hij tekent daarbij aan: “Op de Grote Markt in Nijmegen ligt een blauwe steen.” Een blauwe steen werd vroeger gebruikt om ter dood veroordeelden op terecht te stellen. In Leiden i...