Wat is de betekenis van zitbad?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zitbad

zitbad - Zelfstandignaamwoord 1. korte badkuip waarin men zittend plaatsneemt Er was een tweede, kleinere badkamer met een zitbad erin. Woordherkomst samenstelling van zit(werkwoord) en bad

Lees verder
1990
2022-07-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

zitbad

zitbad - Badkuipen die zijn ontworpen om iemand in een zittende houding te ondersteunen, zodat men slechts tot en met de heupen in het water zit. Wordt vaak gebruikt voor therapeutische behandelingen.

1981
2022-07-04
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Zitbad

het onderlichaam onderdompelen in water, zodat het onderlijf ongeveer tot de nierstreek en de bovenste helft van de dij in het water komt. Men kan hiervoor iedere metalen of houten kuip nemen, die groot genoeg is, maar er zijn ook speciale zitbadkuipen. Een koud z. duurt 6-20 seconden. Men trekt het hemd hoog op, gaat de voorgeschreven tijd in de k...

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zitbad

o. (-en), 1. bad dat men al zittend neemt; 2. korte badkuip waarin men zich zittend kan baden en wassen; bidet (→bad).

Lees verder
1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zitbad

o. (-en), 1. bad dat men al zittende neemt; 2.korte badkuip waarin men zich zittende kan baden en wassen; — bidet.

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zitbad

o. zitbaden (bad, dat niet liggend, maar zittend genomen wordt; ook: de [korte] badkuip zelf).

1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zitbad

→ Hydrotherapie.

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZITBAD

ZITBAD, o. (-en), bad dat men al zittende neemt; — korte badkuip waarin men zich zittende kan baden en wasschen; ...BANK, v. (-en), bank om er op te zitten; ...BEEN, o. (-deren), (ontl.) een der twee onderste boogvormige beenderen van het bekken, waarop het lichaam bij het zitten rust; ...DAG, m. (-en), dag waarop eene vergadering gehouden...

Lees verder