Wat is de betekenis van zit?

2026-09-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zit

m., 1. het zitten: dat was een hele zit, ik heb daar lang...

2026-09-08
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie (2023)

ZIT

Pimple

2026-09-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

zit

(1980+) (verkorting van zittijd) (Vlaanderen, stud.)...

2026-09-08
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zit

zit - Zelfstandignaamwoord 1. de daad van het (langdurig)...

2026-09-08
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zit

zit - zelfstandig naamwoord 1. het zitten ♢ de zit naar het...

2026-09-08
Jargon & Slang van Studenten

Marc De Coster (2017)

Zit

Zit - (Vlaams) eerste, tweede zit: de twee examenperioden....

2026-09-08
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

zit

(de; g.mv.) - manier van zitten, houding van de renner op de...

2026-09-08
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

zit

(de) verkorting van: zittijd, examenperiode. - eerste zit,...

2026-09-08
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

zit

Zitting (van een stoel e.d.). In de kerk loert zij naar hun...

2026-09-08
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zit

s., sit.

2026-09-08
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

zit

m. (het zitten): dat was een lange zit; dat is een heel...

2026-09-08
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

zit

m. (-ten; -je) [zitten 1] I....

2026-09-08
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

zit

m., 1. het zitten: dat was een hele -, ik heb lang moeten...

2026-09-08
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Zit

Zit - (rijkunst), de manier van zitten van den ruiter. Hij...

2026-09-08
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

ZIT

ZIT, m. het zitten : dat was een heele zit, ik heb daar lang...

‘zit’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.