Wat is de betekenis van Zin?

2021
2021-05-09
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Zin

Een zin is een verzameling woorden die achter elkaar een logisch geheel vormen. Een volledige zin bevat altijd enkele standaard onderdelen zoals een persoonsvorm en een onderwerp. Het gaat in een zin om een actie die wordt verwoord door het werkwoord en uitgevoerd door het onderwerp. Naast de vaste onderdelen kan een zin uit nog meer delen bestaan...

Lees verder
2019
2021-05-09
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zin

zin - Zelfstandignaamwoord 1. (taalkunde) een serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen De meeste zinnen bevatten een gezegde en een onderwerp, vaak aangevuld met voorwerpen en bepalingen. 2. een verlangen om iets te doen Ik...

Lees verder
2018
2021-05-09
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zin

zin - zelfstandig naamwoord 1. wat bedoeld wordt ♢ dit woord is in figuurlijke zin gebruikt 1. in die zin [in dat opzicht] 2. in zekere zin [in...

Lees verder
1973
2021-05-09
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zin

m. (-nen), 1. elk van de op een bepaalde soort van indrukken reagerende vermogens om waar te nemen bij mens en dier; zintuig; 2. (mv.) de redelijke vermogens: men moet altijd zijn zinnen bij elkaar houden, met verstand en overleg te werk gaan; van zijn zinnen beroofd zijn, bewusteloos zijn, (ook) gek zijn; bij zijn — komen, het bewustzijn te...

Lees verder
1952
2021-05-09
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zin

1. s., sin (it); (lust), sin (it), sinnichheit; — hebben in, sin hawwe oan, smucht hawwe op, it bigrepen hawwe op, flam hawwe op, bistek hawwe op; veelhebben in, opsnjit, fn(j)it hawwe mei, opset hawwe mei; — hebben in een meisje, in skean each op in faem smite; hij heeft er geen...

Lees verder
1950
2021-05-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zin

m. (-nen), 1. elk der op een bep. soort van indrukken reagerende vermogens om gewaar te worden en waar te nemen bij mens en dier, zintuig : de zinnen kunnen bedriegen ; de mens heeft vijf zinnen, het gezicht, het gevoel, het. gehoor, de reuk en de smaak (de wetenschap onderscheidt nog andere zinnen, zoals temperatuur- en eve...

Lees verder
1933
2021-05-09
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zin

Voor zin in de beteekenis van kenvermogen, zie ➝ Algemeene zin; Zinnen.

1898
2021-05-09
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZIN

ZIN, m. (-nen). het vermogen om gewaar te worden en waar te nemen : de mensch heeft vijf zinnen, het gezicht, het gevoel, het gehoor, de reuk en den smaak; — bij alles moet men zijne zinnen bij elkander houden, met verstand en overleg te werk gaan; — van zijne zinnen beroofd zijn, bewusteloos zijn, (ook) gek zijn; — bij zijne zi...

Lees verder
1898
2021-05-09
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zin

zie Beteekenis.