Zin
m. (-nen), 1. elk der op een bep. soort van indrukken reagerende vermogens om gewaar te worden en waar te nemen bij mens en dier, zintuig : de zinnen kunnen bedriegen ; de mens heeft vijf zinnen, het gezicht, het gevoel, het. gehoor, de reuk en de smaak (de wetenschap onderscheidt nog andere zinnen, zoals temperatuur- en eve...