Zijn naad (of naadje) naaien
Eene dial. uitdr. voor zijn gang gaan, zonder veel vertoon (of gerucht) zijne zaken drijven; ook: weten vooruit te komen, zijn voordeel doen; zijn grutjes kloppen; syn. van het sedert de 16de eeuw bekende zijn tuil tuilen, waarnaast ook iemand zijn tuil laten uittuilen, iemand aan zijn lot overlaten (De Vries, 101); iemand z...