Wat is de betekenis van zieke?

2024-02-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

zieke

iemand die ziek is. iemand die ziek is; ziek persoon. Voorbeelden: De artsen vergeleken 239 reumapatiënten met evenveel gezonde mensen. Onder de zieken waren meer zware rokers dan onder de gezonden. Bovendien had meer dan de helft van de lijders aan artritis geen familieleden die dezelfde ziekte hadden of hadden gehad. Erfelijkh...

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zieke

zieke - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die ziek is zieke - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de stellende trap van ziek Woordherkomst Afgeleid van ziek met het achtervoegsel -e Verwante begrippen patiënt

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zieke

zieke - zelfstandig naamwoord uitspraak: zie-ke 1. wie door een dokter behandeld moet worden ♢ de zieke had veertig graden koorts 2. meisje of vrouw die door een dokter behandeld moet worden ♢ d...

2024-02-29
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Zieke

De zieke in de droom is altijd de dromer zelf, die misschien z’n psychische evenwicht kwijt is geraakt, of die op het gevoelsmatige vlak met problemen te kampen heeft. Wie in een droom zieken opzoekt, doet in de waaktoestand z’n uiterste best om contacten te leggen met andere mensen die hem van een psychische depressie kunnen verlossen....

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

zieke

zieke - Mensen die lijden aan een ziekte of aandoening.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zieke

m. en v. (-n), iem. die ziek is : de zieke betert; zieken bezoeken.

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

zieke

m. en v. zieken (lijder, lijderes): de dokter bezoekt de zieken.

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

zieke

m. en v. (-n) persoon die ziek is.

2024-02-29
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

zieke

v./m. (-n), iemand die ziek is: de — betert.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

ZIEKE

ZIEKE, m. en v. (-n), iem. die ziek is : de zieke betert; zieken bezoeken.