Wat is de betekenis van zes?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zes

I. telw., 1. hoofdtelw., zelfst. en bijv., vijf plus één : twee maal drie is zes ; dat kost zes gulden ; iedere aflevering bestaat uit zes vel ; — als pronomen : het waren er zes-, 2. zelfst. en pronominaal gebruikt in de verb. vorm zessen : zes personen : jullie zessen ; wij zijn met zijn (ons) zessen ; deel dit o...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zes

zes - Hoofdtelwoord 1. het gehele getal tussen vijf en zeven, in Arabische cijfers 6, in Romeinse cijfers VI zes - Zelfstandignaamwoord 1. het getal 6.